• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Derk Loorbach (DRIFT): Stop met verbeteren, breek bestaande systemen af

13 februari 10:28

0 Reacties

Derk Loorbach (DRIFT): Stop met verbeteren, breek bestaande systemen af

Derk Loorbach, directeur van DRIFT en hoogleraar transitiekunde in Rotterdam, roept bedrijven en beleidsmakers op tot een koerswijziging. Hij wil stoppen met alleen ‘verbeteren’ en pleit voor actieve afbraak van vervuilende systemen. In Nederland en Europa is nu beleid nodig dat oude businessmodellen uitfaseert. De druk komt door klimaatdoelen, natuurherstel en strengere regels die snel dichterbij komen voor ondernemers en het mkb.

Van verbeteren naar afbouw

Veel bedrijven zetten in op efficiëntie en innovatie. Dat helpt, maar haalt de doelen voor klimaat en biodiversiteit niet op tijd. Loorbach benadrukt dat organisaties ook moeten stoppen met activiteiten die niet meer passen bij een duurzame economie. Dat vraagt om duidelijke keuzes op directieniveau en in de keten.

‘Afbouw’ betekent gericht uitfaseren van verouderde en vervuilende onderdelen. Denk aan producten, machines of diensten met te hoge uitstoot of grondstofgebruik. Dit gaat samen met investeren in schonere alternatieven. Zo versnel je de omslag en beperk je risico’s.

‘Afbouwbeleid’ is beleid dat doelbewust einddata, verboden en het afschaffen van schadelijke subsidies inzet om vervuilende activiteiten te stoppen, naast het stimuleren van duurzame alternatieven.

Voor ondernemers is dit ook risicomanagement. Wie te laat schakelt, kan te maken krijgen met waardeverlies van activa of wegvallende klanten. Vroege keuzes leveren vaak kostenvoordeel, betere financiering en een sterkere marktpositie op. Dat geldt zeker in sectoren die snel reguleren, zoals energie, bouw en mobiliteit.

Beleid met einddata werkt

Heldere einddata en normen geven richting aan investeringen. Een bekend voorbeeld is het Europese besluit om de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te stoppen. Zulke data maken zichtbaar welke technologieën geen toekomst meer hebben. Leveranciers kunnen dan eerder omschakelen.

In Nederland geldt vanaf 2026 dat bij vervanging van een cv-ketel meestal een (hybride) warmtepomp verplicht wordt. Dat versnelt de markt voor elektrische oplossingen en isolatie. Het helpt installateurs en fabrikanten plannen maken. En het geeft huiseigenaren en bedrijven duidelijkheid.

De Europese uitstoothandel (ETS) en de Nederlandse CO2-heffing voor de industrie verhogen geleidelijk de prijs op vervuiling. ETS is een systeem waarbij bedrijven rechten moeten kopen voor hun CO2-uitstoot. Hoe schaarser de rechten, hoe hoger de prijs. Dit maakt fossiele processen duurder en schone alternatieven aantrekkelijker.

Tegelijk herzien kabinet en Kamer de fiscale prikkels rond fossiele energie. Afschaffing van schadelijke vrijstellingen creëert een gelijk speelveld voor duurzame investeringen. Voor het mkb kan dit eerst kosten verhogen, maar het biedt ook kansen voor energiebesparing en nieuwe diensten. Duidelijke overgangstermijnen zijn daarbij cruciaal.

Rapportage dwingt transparantie

Met de Europese CSRD-rapportage moeten grote bedrijven vanaf het boekjaar 2024 uitgebreid rapporteren over duurzaamheid. CSRD is een rapportagestandaard met verplichte indicatoren, ook over ketenimpact. Daardoor vragen grote afnemers steeds meer data aan hun toeleveranciers. Het mkb komt zo indirect onder dezelfde druk te staan.

Scope 3-emissies, oftewel uitstoot in de keten, worden een beslissende inkoopfactor. Wie als leverancier geen betrouwbare data of reductieplan heeft, loopt orders mis. Voor importeurs van koolstofintensieve producten geldt daarnaast de Europese CO2-grensheffing (CBAM). Dat verkleint het prijsverschil tussen vuile en schone productie.

Ook productregels worden strenger. De nieuwe Ecodesign-verordening (ESPR) maakt een digitaal productpaspoort mogelijk, met gegevens over herkomst, reparatie en circulariteit. Dat vraagt om betere datastromen en digitalisering bij producenten en groothandels. Op het moment van schrijven bereiden brancheorganisaties richtlijnen en tools voor.

Gecontroleerde afbouw per sector

In de energiesector versnelt de afbouw van kolen en onverdunde fossiele warmte. Nederland sluit kolencentrales uiterlijk 2030. Tegelijk groeit de vraag naar netcapaciteit, opslag en warmtenetten. Ondernemers in techniek en onderhoud zien hierdoor nieuwe markten ontstaan.

De zware industrie schakelt naar elektrificatie en groene waterstof. Dat vergt langjarige contracten, netaansluitingen en vergunningen. Publieke instrumenten zoals het Klimaatfonds en SDE++-subsidies helpen eerste projecten rond te rekenen. Maar bedrijven moeten ook kiezen welke lijnen ze uitfaseren en welke ze toekomstbestendig maken.

In landbouw en voedsel drukken natuur- en stikstofregels op verdienmodellen. Afbouw van intensieve veehouderij gaat samen met extensivering en meerwaarde in korte ketens. Voor bouw en logistiek komen CO2-normen en zero-emissiezones in steeds meer gemeenten. Dat stimuleert hergebruik van materialen en schone stadsdistributie.

Regionale deals kunnen de omslag versnellen. Provincies en gemeenten combineren uitkoop, herbestemming en scholing. Zo worden lokale ketens omgebouwd zonder economische leegte. Dit verkleint maatschappelijke weerstand en versnelt uitvoering.

Risico’s en vangnetten nodig

Afbouw raakt werknemers, toeleveranciers en regio’s. Daarom is een rechtvaardige transitie belangrijk. Europa zet hiervoor een Sociaal Klimaatfonds op om huishoudens en kleine bedrijven te ondersteunen. Nationaal beleid kan dit aanvullen met scholing, loopbaanbegeleiding en tijdelijke inkomenssteun.

Effectief transitiebeleid combineert stoppen en starten. Denk aan sloop- en saneringsregelingen naast investeringssubsidies. Herbestemmingsplannen voorkomen braakliggende bedrijventerreinen. Zo blijft de lokale economie draaien, ook als oude activiteiten verdwijnen.

Voor ondernemers is het zaak om nu te handelen. Begin met een transitie-audit, scenario’s en een uitfaseringsplan voor producten met hoge uitstoot of juridische risico’s. Gebruik RVO-regelingen zoals EIA en MIA/Vamil (fiscale aftrek voor energiezuinige of circulaire investeringen), DEI+ (demonstratieprojecten) en SDE++ (stimuleringssubsidie duurzame energie en CO2-reductie). Dat verlaagt kosten en versnelt omschakeling.

De kern: verbeteren alleen is te weinig. Gecontroleerde afbouw hoort erbij en maakt de weg vrij voor echte vernieuwing. Met duidelijke einddata, transparante rapportages en sociale waarborgen ontstaat zekerheid. Dat is de basis voor investeren in een schone en concurrerende economie.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}