Schepen Jo Laureys (N-VA) wil de leegstand in de Kerkstraat terugdringen met directe gesprekken met pandeigenaars. Het plan richt zich op de hoofdwinkelstraat in het centrum en start op korte termijn. Doel is meer bezette panden en een aantrekkelijker handelsklimaat voor lokale mkb’ers. Deze aanpak past in de bredere aanpak leegstand winkelstraten in Vlaanderen en moet ondernemers opnieuw laten investeren.
Dialoog als eerste stap
Jo Laureys, op het moment van schrijven schepen (wethouder) voor lokale economie, kiest voor overleg met eigenaars als eerste instrument. Hij wil weten waarom panden leeg blijven en welke drempels verhuur of verkoop blokkeren. Daarmee kan de gemeente gerichte oplossingen aanbieden, zoals tijdelijke invulling of pop-upformules.
De overheid wil zo sneller zicht krijgen op beschikbaarheid, huurprijzen en vereisten voor renovatie. Een gestructureerde inventaris helpt om vraag en aanbod in de Kerkstraat te matchen. Dat is efficiënter dan losse initiatieven van individuele ondernemers.
Voor handelaars kan deze aanpak duidelijkheid geven over perspectief op buren en passantenstromen. Meer bezette etalages leiden tot meer verkeer en hogere omzetkansen. Zo ontstaat een positieve spiraal voor de hele straat.
Eigenaars krijgen aanspreekpunt
De gemeente werkt aan één loket voor eigenaars en kandidaat-huurders. Zo’n aanspreekpunt maakt procedures eenvoudiger en versnelt beslissingen. Het voorkomt dat dossiers blijven liggen tussen verschillende diensten, zoals vergunningen, mobiliteit en ruimtelijke ordening.
In dat loket kunnen eigenaars informatie krijgen over regels, premies en eventuele verbouweisen. Ondernemers vinden er meteen zicht op beschikbare panden en huurvoorwaarden. Dat vermindert onzekerheid en verkort de route naar opening.
Transparantie over timing en voorwaarden is daarbij cruciaal. Heldere stappenplannen en modelcontracten helpen juridische misverstanden te vermijden. Dit bespaart kosten voor zowel eigenaars als startende winkels.
Mix van functies nodig
Alleen winkels zijn vaak niet genoeg om een straat te vullen. Een gezonde mix van retail, horeca, diensten en wonen boven winkels zorgt voor constante levendigheid. Dat brengt verschillende doelgroepen op verschillende momenten naar het centrum.
Kleinschalige ingrepen kunnen meteen effect hebben. Denk aan betere verlichting, duidelijke bewegwijzering en uniforme etalagerichtlijnen. Zulke maatregelen verhogen de beleving en maken investeren aantrekkelijker.
Ook tijdelijke invulling werkt als tussenstap. Pop-upshops of culturele initiatieven kunnen dode hoeken doorbreken. Intussen wint de straat tijd voor structurele herbezetting.
Heffing en steun in balans
Naast dialoog liggen financiële prikkels op tafel. Gemeenten in Vlaanderen kunnen een leegstandsheffing voor handelspanden invoeren om langdurige leegstand te ontmoedigen. Tegelijk zijn er subsidies en leningen mogelijk voor renovatie of herbestemming.
VLAIO (Agentschap Innoveren & Ondernemen) en EFRO (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) ondersteunen projecten voor kernversterking en detailhandel. Zulke steun dekt vaak studies, gevelrenovaties of het herinrichten van publieke ruimte. De combinatie van heffing en hulp geeft zowel druk als perspectief.
Ook de Nederlandse context biedt handvatten. Gemeenten kunnen via een leegstandverordening een meldplicht opleggen en bemiddeling starten. Dat is te vergelijken met Vlaamse trajecten, maar met lokale accenten in uitvoering.
Leegstandsheffing: een gemeentelijke belasting op langdurig leegstaande handelspanden, bedoeld om eigenaars te stimuleren hun pand te verhuren, verkopen of herbestemmen.
Regels en uitvoering praktisch
Voor tijdelijke invulling zijn vaak lichte vergunningen en duidelijke veiligheidsregels nodig. Een omgevingsvergunning is vereist bij structurele verbouwingen of functiewijzigingen. Heldere uitleg hierover voorkomt vertraging en dubbele kosten.
Bij gegevensuitwisseling over panden en huurders gelden de regels van de AVG. Dat betekent dat alleen noodzakelijke gegevens mogen worden verwerkt en goed moeten worden beveiligd. De gemeente moet dit transparant regelen richting eigenaars en ondernemers.
Contracten voor pop-ups vragen eenvoudige, korte looptijden en heldere beëindigingsclausules. Dit verlaagt risico’s voor starters en biedt eigenaars flexibiliteit. Zo kan de Kerkstraat sneller experimenteren met nieuwe concepten.
Tijdpad en meetbare doelen
Het traject start met een inventaris en kennismaking met alle eigenaars. Daarna volgen maatwerkgesprekken en het openen van het loket. Doelen moeten meetbaar zijn, zoals een daling van leegstand met een vast percentage binnen een jaar.
Ook ondernemersparticipatie is belangrijk. Regelmatige straatvergaderingen en een handelaarsplatform zorgen voor feedback en afstemming. Zo blijft het plan realistisch en uitvoerbaar.
Risico’s blijven aanwezig, zoals hoge renovatiekosten of zwakke vraag door e-commerce. Daarom is een combinatie nodig van prikkels, ondersteuning en snelle procedures. Als die op elkaar aansluiten, vergroot de kans dat de Kerkstraat opnieuw tot leven komt.
