• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Einde voor Limburgse fabriek van biosteenkool: investeerders teleurgesteld

4 december 22:16

0 Reacties

Einde voor Limburgse fabriek van biosteenkool: investeerders teleurgesteld

In Belgisch-Limburg is een fabriek voor ‘biosteenkool’ stilgelegd. De uitbater heeft het project stopgezet na technische tegenslag en geldtekort. De productie lag al langer onder druk. De sluiting raakt leveranciers en werknemers in de regio.

Productie komt definitief stil

De fabriek zette houtstromen om in een vaste brandstof als vervanger van steenkool. Dat heet torrefactie: biomassa wordt verhit zonder zuurstof en verandert in ‘biosteenkool’. Het bedrijf staakt de activiteiten nu volledig. De curator onderzoekt de opties voor doorstart of verkoop.

Werknemers en toeleveranciers kampen met onzekerheid. Lopende contracten worden herzien of beëindigd. Leveranciers van resthout en logistieke dienstverleners zien opdrachten wegvallen. Regionale overheden volgen het dossier, maar geven geen inhoudelijk oordeel.

De fabriek gold als een belangrijke test voor industriële schaal. Proefopstellingen in dit segment draaien vaak, maar opschalen blijkt lastig. Dat komt door technische risico’s en strengere duurzaamheidseisen. Zonder extra kapitaal is verdere doorontwikkeling niet haalbaar.

Techniek en kosten knellen

Torrefactie levert een product dat lijkt op steenkool, maar uit biomassa komt. Het is makkelijker te vermalen en te vervoeren dan klassiek hout. In theorie kan de staal- en cementsector hiermee fossiele kolen vervangen. In de praktijk vallen rendement en beschikbaarheid vaak tegen bij opschaling.

Houtprijzen en energiekosten drukken de marge. Ook de aanvoer van duurzame reststromen is grillig. Voor banken is dat risicovol, zeker als afnemers nog proefcontracten hebben. Dat maakt financiering duur of onbereikbaar voor mkb-bedrijven in deze niche.

Daar komt bij dat installaties complex zijn en stilstand kostbaar is. Elke aanpassing vraagt tijd, geld en specialisten. Een langere opstartfase kan de kasstroom snel doen opdrogen. Dat vergroot de kans dat een project strandt.

Subsidies bieden geen redding

Publieke steun helpt vaak alleen in de ontwikkelfase. Vlaamse en Europese regelingen ondersteunen onderzoek en pilotlijnen, niet de dagelijkse exploitatie. Zonder stevige afnamecontracten of langjarige prijsafspraken blijft de businesscase kwetsbaar. Dat speelt hier ook mee.

De Europese Renewable Energy Directive (RED III) stelt strengere duurzaamheidseisen aan biomassa. Bron, herkomst en certificering moeten aantoonbaar op orde zijn. Dat verhoogt de administratieve kosten, maar is nodig om steun of financiering te krijgen. Projecten die dit niet tijdig borgen, lopen vertraging op.

De EU-taxonomie maakt kapitaal voor bio-energie alleen “groen” als aan strikte criteria is voldaan. Investeerders letten daar scherp op. Voor ondernemers betekent dit extra due diligence en hogere drempels voordat er geld vrijkomt. Subsidies zoals SDE++ in Nederland richten zich bovendien vaker op bewezen technieken of CO2-negatief, zoals biochar.

Gevolgen voor keten en regio

Leveranciers van resthout en sorteerbedrijven moeten snel nieuwe afzet zoeken. Transporteurs en onderhoudsbedrijven verliezen werk. Dat treft vooral mkb’ers die afhankelijk zijn van één grote klant. Regionale ontwikkelingsmaatschappijen kunnen helpen bij heroriëntatie.

Voor industriële afnemers vervalt een mogelijke groene brandstofbron. Zij moeten elders volumes veiligstellen of langer met fossiele kolen werken. Dit kan de kosten verhogen door het Europese emissiehandelssysteem (ETS). CO2-rechten blijven immers een stevige post.

Een doorstart is niet uitgesloten als een strategische partner instapt. Denk aan staal, cement of energiebedrijven die eigen processen willen vergroenen. Dan zijn bankable off-take-contracten nodig. Zonder die zekerheid durven financiers zelden in te stappen.

Vraag uit industrie blijft

De staal- en cementsector zoekt alternatieven om emissies te verlagen. ETS-prijzen en rapportageplichten drukken door op de kostprijs. Biobased brandstoffen zoals biosteenkool blijven daarom interessant. Maar alleen als volumes stabiel zijn en certificering klopt.

In de EU lopen vergelijkbare projecten, soms met vertraging. Grote spelers testen biobrandstoffen in hun ovens en hoogovens. Ze vragen vaak garanties op levering en kwaliteit. Dat vereist grotere, kapitaalkrachtige productielijnen dan veel start-ups nu hebben.

Ook contractvormen veranderen. Afnemers willen all-in afspraken over prijs, certificaten en leveringszekerheid. Leveranciers vragen daartegenover langdurige afnameverplichtingen. Zonder die balans stokt de markt.

Wat ondernemers nu merken

Mkb’ers in de bio-energiesector hebben baat bij vroege certificering en ketenafspraken. Leg inkoop, duurzaamheid en aansprakelijkheid helder vast. Gebruik steunloketten zoals VLAIO in Vlaanderen en RVO in Nederland voor haalbaarheidsstudies en pilots. En koppel financiering aan harde off-take-contracten.

Voor industriële afnemers loont het om meerdere leveranciers te kwalificeren. Dat verkleint leveringsrisico’s en verbetert prijsonderhandelingen. Let op Europese regels rond RED III en de EU-taxonomie bij inkoop. Die bepalen of een investering als duurzaam telt.

Regionale overheden kunnen herbestemming van de site versnellen. Snelle procedures en netaansluiting helpen nieuw gebruik. Zo blijven banen en kennis in de regio. Dat is cruciaal voor de Limburgse economie.

“Biosteenkool is verkoolde biomassa uit torrefactie. Het lijkt op steenkool, maar komt uit hout- of plantenresten en is bedoeld als fossiele vervanger.”


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}