• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Hagenaars gebruiken meer cocaïne: wat dit betekent voor horeca en vastgoed

24 mei 07:31

0 Reacties

Hagenaars gebruiken meer cocaïne: wat dit betekent voor horeca en vastgoed

Hagenaars gebruiken op dit moment vaker cocaïne dan inwoners van andere grote steden. Dat blijkt uit recente rioolwatermetingen in Den Haag. Opvallend is dat het middel dat lokaal ‘poes’ wordt genoemd juist weinig wordt aangetroffen. Het patroon is relevant voor de gemeente Den Haag en voor horeca- en evenementenondernemers die met uitgaanspubliek werken.

Riooldata toont cocaïnepiek

Rioolwateranalyse meet reststoffen van drugs die via het toilet in het afvalwater komen. Het geeft een anoniem, objectief beeld van gebruikspatronen per stad of wijk. In Den Haag wijzen de nieuwste metingen op relatief hogere cocaïnesporen dan in andere stedelijke gebieden.

Deze methode wordt in Nederland al jaren toegepast door onderzoeksinstellingen en waterschappen. Daardoor zijn vergelijkingen door de tijd mogelijk. Voor ondernemers helpt dit om piekdrukte, risico’s en preventie beter te plannen, vooral in het weekend en rond events.

Voor beleid is riooldata een vroege-indicator. Het maakt zichtbaar waar en wanneer middelengebruik toeneemt. Gemeente en hulpdiensten kunnen daarop inspelen met toezicht, preventie en vergunningseisen.

Rioolwateranalyse: het meten van reststoffen van middelen in afvalwater om anoniem en op populatieniveau trends te zien, zonder individuele personen te volgen.

‘Poes’ blijft marginaal

Tegelijk laten de metingen zien dat ‘poes’ weinig sporen achterlaat. ‘Poes’ is een straatnaam die in de uitgaansscene wordt gebruikt voor een middel uit het partymilieu. De lage waarden wijzen op beperkte populariteit in Den Haag.

Voor ondernemers is het nuttig om huisregels en personeelstraining te richten op de middelen die lokaal het meest voorkomen. Zo kan de focus op cocaïnegebruik groter zijn dan op middelen die amper opduiken. Dit maakt inzet van beveiliging en barpersoneel gerichter en goedkoper.

Ook voor publieksvoorlichting in de zaak of op een festival helpt het om te weten wat er speelt. Postermateriaal, EHBO-instructies en samenwerking met GGD Haaglanden kunnen daarop worden afgestemd. Zo blijft de aanpak praktisch en proportioneel.

Impact op Haagse horeca

Wie een horecazaak of evenement in Den Haag runt, ziet de gevolgen direct. Meer cocaïne in de stad betekent vaker te maken met overprikkeling, agressie of gezondheidsklachten bij bezoekers. Dat vraagt om duidelijke deurpolitiek, waterpunten en getraind personeel.

De Alcoholwet verplicht ondernemers tot verantwoord schenken en een sterke inrichting van toezicht in de zaak. Een heldere huisregelsbriefing voor personeel is hierbij een basis. Voeg hieraan toe hoe om te gaan met signalen van drugsgebruik, zonder zelf te fouilleren.

Bij grotere dance-events spelen ook EHBO-capaciteit en crowdmanagement. Organisatoren kunnen in hun veiligheidsplan afspraken opnemen met beveiliging, EHBO en een lokale zorgpost. Dit voorkomt ad-hoc beslissingen bij incidenten.

Beleid en handhaving strakker

De gemeente Den Haag kan op basis van trends vergunningvoorwaarden aanscherpen. Denk aan extra toezichtmomenten, sluitingstijden of verplichtingen rond preventieposters en personeelstraining. Voor ondernemers is het slim om hierop vooruit te lopen en dit vast te leggen in procedures.

De Opiumwet geeft de burgemeester via het zogeheten Damoclesbeleid (artikel 13b) de bevoegdheid om panden te sluiten bij drugsgerelateerde overtredingen. Dit geldt ook voor horeca als er handel plaatsvindt. Een strikt antidealerbeleid en cameratoezicht bij ingangen verkleinen dit risico.

Controle gaat hand in hand met privacyregels. De AVG staat geen willekeurige persoonsregistratie of testen toe. Leg daarom alleen noodzakelijke gegevens vast, beperk cameragebruik tot wat in de APV en vergunning staat en informeer bezoekers duidelijk.

Lessen voor werkgevers en mkb

Bedrijven buiten de horeca krijgen ook te maken met middelengebruik, bijvoorbeeld via verzuim of veiligheidsrisico’s. De Arbowet vraagt om een veilige werkplek. Neem middelengebruik daarom op in de RI&E en maak een helder, preventief personeelsbeleid.

Werkgevers mogen in Nederland niet zomaar testen op drugs. Alleen bij specifieke veiligheidsfuncties en onder strikte voorwaarden kan dat, vaak met instemming van de OR en een bedrijfsarts. Kies daarom voor voorlichting, vertrouwenspersonen en doorverwijzing naar hulp.

Voor kleinere mkb’ers zijn er hulpmiddelen via de RVO en brancheorganisaties, zoals voorbeeldregelingen en trainingen. Dit voorkomt fouten met privacy en arbeidsrecht. Het resultaat is voorspelbaar en fair beleid richting medewerkers.

Europese context en vergelijking

Europa monitort middelengebruik via jaarlijkse rioolwaterstudies. Sinds 2024 gebeurt dit onder de vlag van de European Union Drugs Agency (EUDA), voorheen EMCDDA. Nederlandse instanties zoals RIVM en KWR leveren vaak data voor deze vergelijkingen.

In diverse Europese steden is cocaïnegebruik al jaren hoog, met pieken in weekenden. De Haagse uitkomst past in dat bredere beeld, maar benadrukt lokale verschillen. Voor ondernemers is lokalisatie belangrijker dan landelijk gemiddelde cijfers.

EU-programma’s voor gezondheid en preventie ondersteunen kennisdeling en training. Nederlandse gemeenten en GGD’en gebruiken die kennis voor lokaal beleid. Ondernemers profiteren mee via duidelijke richtlijnen en voorspelbare vergunningseisen.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}