De exploitant van meerdere Mövenpick-hotels heeft een miljoenenachterstand opgebouwd bij vastgoedeigenaar Deka Immobilien. Het gaat om huurbetalingen die de afgelopen periode zijn blijven liggen in verschillende Europese locaties, met risico’s voor contracten en investeringen. De kwestie speelt nu en zet druk op de relatie tussen huurder en verhuurder. Het merk Mövenpick is eigendom van Accor, dat werkt met management- en franchiseovereenkomsten.
Miljoenenachterstand bij Deka
Deka Immobilien is een grote Duitse belegger in hotelvastgoed. Het fonds verhuurt panden aan hoteluitbaters onder langlopende contracten. In dit dossier meldt Deka een achterstand ter waarde van meerdere miljoenen euro. Dat wijst op structurele knelpunten bij de exploitant.
De betalingsproblemen hangen samen met stijgende kosten en vertraagd herstel in sommige markten. Huurcontracten met indexatie verhogen de lasten verder. Daardoor lopen marges onder druk, ondanks een herstel van de bezetting sinds 2022. Voor beleggers vergroot dit het risico op waardedruk in hotelportefeuilles.
Voor Accor raakt dit de merkbeleving indirect. Accor bezit het merk Mövenpick, maar is vaak niet de huurbetalende partij. De dagelijkse exploitatie en de huur liggen bij de operator of franchisehouder. Als die in de knel komt, kan dat tot discussies leiden over investeringen en kwaliteitsnormen.
De vraag is nu hoe snel er een regeling komt. Een betalingsregeling kan rust brengen voor personeel en leveranciers. Uitstel zonder plan vergroot juist het risico op juridische stappen. Dat is ongunstig voor alle betrokken partijen.
Huurmodel onder druk
Veel hotels werken met langlopende huurcontracten met jaarlijkse indexatie. Dat geeft stabiliteit voor beleggers, maar legt vaste lasten bij de exploitant. In tijden van hoge energieprijzen en lonen wordt dat model kwetsbaar. Een kleine daling in omzet kan dan grote verliezen geven.
In Europa zijn veel hotelcontracten ‘triple net’. Dat betekent dat de huurder ook onderhoud, verzekeringen en belastingen betaalt. De verhuurder draagt dan minder operationeel risico. Voor exploitanten kan dat zwaar uitpakken bij plots stijgende kosten.
Na de pandemie herstelde het stads- en congressegment niet overal even snel. Ook zakenreizen bleven achter ten opzichte van 2019. Hierdoor hebben sommige locaties een langere aanloop nodig. Dat maakt een volledig geïndexeerde huur extra lastig.
Voor investeerders speelt een andere afweging. Indexatie beschermt inkomsten tegen inflatie. Maar leegstand en heronderhandelingen drukken rendement en waarde. Balans vinden is daarom essentieel.
Juridische opties bij schulden
Bij huurachterstand kunnen partijen kiezen voor heronderhandeling of juridische stappen. In Nederland kan een verhuurder in kort geding ontruiming vorderen. Dat is een versnelde rechtsprocedure, bedoeld voor spoedeisende zaken. Vaak proberen partijen eerst een betalingsregeling vast te leggen.
Herstructureren kan via de WHOA. Dat is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord. Hiermee kan een onderneming schulden herschikken met schuldeisers buiten faillissement. Ook verhuurders kunnen onder voorwaarden meedoen in zo’n akkoord.
WHOA: een Nederlandse wet waarmee bedrijven met te hoge schulden een dwangakkoord kunnen sluiten met schuldeisers, om faillissement te voorkomen.
Bij grensoverschrijdende ketens speelt ook buitenlands recht, zoals het Duitse insolventierecht (InsO). Dan wordt coördinatie lastiger, zeker bij meerdere panden en contracten. Duidelijke informatie richting personeel en leveranciers is dan cruciaal. Dat beperkt verstoringen in de operatie.
Effect op Nederlandse markt
De Nederlandse hotelsector is gevoelig voor internationale schokken. Steden als Amsterdam en Den Haag leunen op zakelijke en internationale bezoekers. Langlopende huurcontracten met indexatie komen hier veel voor. Onderhandelen over tijdelijke verlichting gebeurt steeds vaker.
Voor ondernemers en toeleveranciers kan betalingsonzekerheid direct voelbaar zijn. Denk aan langere betaaltermijnen of uitstel van onderhoud. Dat raakt mkb’ers in schoonmaak, techniek en foodservice. Tijdige transparantie kan schade beperken.
Toezichthouders letten op continuïteit en werkgelegenheid. Bij grote herstructureringen zijn meldplichten en medezeggenschap relevant. De AVG geldt bij delen van personeels- en leveranciersdata in een herstructurering. Bedrijven moeten dan strikt omgaan met toegang en beveiliging.
Voor steden speelt ook de bestemming van hotelvastgoed. Leegstand drukt op het straatbeeld en op inkomsten uit toerisme. Gemeenten hebben beperkte, maar belangrijke rollen via vergunningen en gebiedsbeleid. Snelle oplossingen zijn dus in ieders belang.
Druk op Accor-licenties
Accor stelt merkstandaarden voor Mövenpick. Die gaan over kwaliteit, onderhoud en gastbeleving. Bij financiële druk kan naleving daarvan in de knel komen. Dat vergt extra afstemming tussen merkhouder, exploitant en eigenaar.
Management- en franchisevergoedingen zijn vaak omzetgerelateerd. Als omzet daalt, dalen die inkomsten mee. Dat beperkt de ruimte voor extra merkondersteuning. Een hersteld plan met duidelijke KPI’s helpt om prioriteiten te stellen.
Capex-verplichtingen (investeringen in kamers en techniek) zijn een extra spanningspunt. Uitstel verlicht cashflow, maar kan de concurrentiepositie schaden. Slimme fasering en bundeling met verduurzamingsmaatregelen biedt uitkomst. Zo zijn er fiscale prikkels die cashimpact dempen.
In de Nederlandse en Europese context draait het om evenwicht. Merkwensen moeten passen bij de kasstroom. Eigenaren hebben voorspelbaarheid nodig. Exploitanten hebben lucht nodig om te investeren in service.
Kosten drukken en financiering
Exploitanten kunnen inzetten op energiebesparing en flexibele personeelsinzet. Lagere energielasten verlichten direct de P&L, de winst- en verliesrekening. Op het moment van schrijven bieden EIA en MIA/Vamil belastingvoordelen voor duurzame investeringen. Daarmee kan de netto-investering fors dalen.
Voor liquiditeit kan de BMKB en BMKB-Groen uitkomst bieden. Dat is een borgstellingsregeling waarbij de overheid deels garant staat. Banken lopen zo minder risico bij financiering voor werkkapitaal of verduurzaming. RVO is het loket voor informatie en aanvragen.
Heronderhandel tijdig over indexatie en looptijd. Een tijdelijke cap op indexatie of omzetafhankelijke huur kan lucht geven. Leg afspraken vast en koppel die aan transparante rapportages. Dat vergroot vertrouwen bij alle partijen.
Stuur tot slot op data en prognoses. Werk met maandelijkse cashflow-scenario’s en duidelijke KPI’s per segment. Dat helpt richting Deka en andere eigenaren om haalbare plannen te laten zien. Zo groeit de kans op een duurzame oplossing.
