Onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen melden een ontdekking in ultrasnel nanomagnetisme. Het nanomagnetische effect blijkt extreem stabiel, ook bij zeer hoge schakelsnelheden. Het resultaat is recent in het Nijmeegse lab bevestigd met internationale partners. Dit kan de weg openen naar snellere en zuinigere geheugens, waar bedrijven met steun via subsidie digitalisering mkb Nederland en RVO-instrumenten op kunnen inzetten.
Onderzoekers tonen stabiel effect
Het Nijmeegse team onderzocht magnetische structuren op nanoschaal met ultrakorte licht- en stroompulsen. Ze zagen dat de magnetische ordening onder extreme snelheid beheersbaar blijft. Dat is cruciaal, omdat hoge snelheid vaak leidt tot ruis en fouten. Hier houdt de orde stand, zodat je betrouwbaar kunt schakelen.
Nanomagnetisme gaat over magneetgedrag in structuren die duizend keer kleiner zijn dan een menselijke haar. Op die schaal spelen kwantumeffecten mee. Sturing met licht of elektrische pulsen gebeurt in tijden die we normaal niet halen met chips. De nieuwe metingen laten zien dat die aansturing toch voorspelbaar kan blijven.
Voor bedrijven telt vooral stabiliteit bij hoge snelheid. Dat bepaalt of een technologie in een fabriek kan draaien zonder veel uitval. Minder fouten scheelt energie, koeling en kosten. Het vergroot ook de kans dat de techniek in bestaande chipprocessen past.
Snellere, zuinigere geheugens
De uitkomst is relevant voor geheugens en sensoren die op spintronica draaien. Spintronica gebruikt de spin van elektronen voor opslag en logica, naast de gewone lading. Bekende vormen zijn MRAM-chips, die snel zijn en weinig stroom verbruiken. Met extra stabiliteit kunnen zulke geheugens nog sneller en zuiniger worden.
Dat is interessant voor datacenters in Nederland en de EU, waar stroomverbruik en koeling zwaar meetellen. Snellere, energiezuinige geheugens verlagen de energierekening en CO2-uitstoot. Dit past bij Europese klimaatdoelen en de druk op netcapaciteit. Ook apparaten aan de randen van het netwerk, zoals IoT-sensoren, profiteren hiervan.
Toch is de stap naar producten niet direct. Materiaalkeuze, integratie met bestaande CMOS-chips en massaproductie vragen tijd. Leveranciers willen bewijs op wafer-niveau en levensduurtests. Het pad loopt via proefproductie, pilots en dan pas volume.
Van lab naar industrie
Om op te schalen zijn schone labs en geavanceerde lithografie nodig. Nederland heeft met NanoLabNL en Brainport Eindhoven sterke voorzieningen. Start-ups en mkb’ers kunnen daar processtappen testen zonder meteen een eigen fabriek te bouwen. Dat verlaagt risico en investeringsdruk.
Samenwerking met kennispartners versnelt. Denk aan Radboud Innovation voor valorisatie, TNO en het Holst Centre voor systeemintegratie, en imec in België voor pilotlijnen. Zulke partners helpen ook bij meetmethoden en betrouwbaarheidstesten. Zo groeit de technologie richting industrienormen.
Financiering blijft een knelpunt in deze fase. De WBSO vergoedt een deel van loonkosten voor R&D via belastingkorting. De MIT-regeling ondersteunt haalbaarheid en R&D-samenwerking van mkb met kennisinstellingen. Op het moment van schrijven staan deze loketten open, met jaarlijkse rondes en plafonds.
EU Chips Act biedt kansen
De European Chips Act versterkt de halfgeleiderketen in Europa. Het programma steunt onderzoek, pilotproductie en opleiding. Voor spintronica en nieuwe geheugens kan dit betekenen: toegang tot shared fabs, apparatuur en cofinanciering. Bedrijven in Nederland kunnen meedoen via consortia.
Ook grote EU-programma’s zijn relevant. Het Chips Joint Undertaking en IPCEI Micro-elektronica en Communicatietechnologie (ME/CT) steunen sleutelprojecten. Horizon Europe en Eurostars bieden internationale R&D-samenwerking voor mkb. Deze lijnen sluiten aan bij Nederlandse topsectorenbeleid.
Let bij subsidieaanvragen op staatssteunregels en open data-eisen. Beschrijf helder de technische mijlpalen en de markttoepassing. Werk samen met regionale ontwikkelingsmaatschappijen zoals Oost NL voor cofinanciering. Dat vergroot de slagingskans en de schaalbaarheid.
Wat ondernemers nu doen
Breng eerst in kaart waar snellere en zuinigere opslag waarde toevoegt. Denk aan edge-apparatuur, beveiligde sensornetwerken, medische beeldverwerking en automotive. Formuleer een road map met duidelijke proefopstellingen en meetcriteria. Koppel die aan kosten, risico’s en mogelijke partners.
Zoek vervolgens aansluiting bij testfaciliteiten en programma’s. Dien een haalbaarheidsproject in via de MIT-regeling en claim WBSO voor ontwikkeluren. Verken Europese calls met een consortium, zodat kennis en kosten worden gedeeld. Bescherm tegelijk intellectueel eigendom met patenten of licenties.
Houd ten slotte rekening met leverketen en normen. Leveranciers van materialen en tools moeten kunnen opschalen. Klanten vragen aantoonbare veiligheid, kwaliteit en levercontinuïteit. Zorg dat documentatie en compliance op orde zijn.
Ultrasnel betekent dat processen plaatsvinden binnen minder dan een biljoenste seconde. Een nanomagneet is een magneetje kleiner dan 100 nanometer, oftewel een tienduizendste van de dikte van een haar.
Subsidies voor mkb Nederland
Naast RVO-regelingen bestaan er regionale vouchers en innovatiefondsen. Provincies en ROM’s steunen vaak materiaalonderzoek en pilotlijnen. Combineer die steun met Europese instrumenten voor maximale dekking. Zo spreidt een bedrijf de risico’s over meerdere financieringsbronnen.
Let bij “subsidie digitalisering mkb Nederland” op koppelkansen met hardware-innovatie. Snellere geheugens versterken AI-toepassingen en data-analyse. Digitaliseringstrajecten krijgen zo ook een hardwareboost. Dat kan een concurrentievoordeel geven in productie en onderhoud.
Plan de financieringsmix over meerdere jaren. Stem de technische mijlpalen af op subsidierondes. Gebruik “op het moment van schrijven” om budget- en deadlinewijzigingen goed te duiden in interne plannen. Zo blijft het project wendbaar en financierbaar.
