De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) benadrukt dat de chemische sector cruciaal is voor de toekomstige welvaart van Nederland. VNCI-directeur Manon Bloemer reageert op een nieuw rapport van Peter Wennink dat oproept tot een sterker industriebeleid. Zij vraagt om snelle keuzes van kabinet en provincies over energie, vergunningen en investeringszekerheid. Bedrijven willen duidelijkheid en steun, bijvoorbeeld via subsidie digitalisering mkb Nederland, om concurrerend te blijven.
Chemie sleutel voor welvaart
De chemische industrie levert grondstoffen voor batterijen, isolatiemateriaal, kunststoffen en meststoffen. Die producten zijn nodig voor woningbouw, voedselproductie en de energietransitie. Zonder een sterke chemiesector stokt de keten van veel andere bedrijven, van farms tot hightech.
VNCI wijst op de economische waarde van clusters in Rotterdam-Moerdijk, Delfzijl en Limburg. Rond die fabrieken werken veel toeleveranciers, logistieke dienstverleners en mkb’ers. Investeringen in verduurzaming hier hebben dus een brede regionale impact.
De reactie op het rapport onderstreept dat het debat niet alleen gaat over uitstoot, maar ook over verdienvermogen. Dat is de capaciteit van een economie om inkomen en werk te creëren. Het doel: vergroenen én concurrerend blijven.
“De chemische industrie is onmisbaar voor toekomstige welvaart. Niets doen is geen optie.” — Manon Bloemer, VNCI
Druk door hoge energiekosten
Bedrijven in de chemie gebruiken veel stroom en warmte. De huidige energieprijzen en netwerkkosten maken plannen voor elektrificatie minder rendabel. Dat remt projecten voor warmtepompen, elektrische krakers en waterstof.
Daar komt bij dat bedrijven zowel onder het EU-ETS vallen als onder de Nederlandse CO2-heffing. ETS is het Europese systeem waarbij bedrijven rechten voor CO2-uitstoot moeten kopen. De extra nationale heffing kan, zonder maatwerk, investeringen naar het buitenland duwen.
VNCI pleit daarom voor voorspelbare tarieven en gerichte compensatie. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) kan hier sturen met belastingen en subsidies. Duidelijkheid op de energierekening is voor ondernemers even belangrijk als techniek.
Versnellen vergunning en netwerken
Veel projecten wachten op een vergunning of een netaansluiting. De Omgevingswet belooft snellere procedures, maar in de praktijk lopen dossiers vaak vast. Dat kost tijd en geld bij investeringen in elektrolysers, CCS en circulariteit.
Ook energie-infrastructuur moet sneller groeien. Denk aan het waterstofnet (HyWay27), CO2-transport zoals Porthos en verzwaring van het elektriciteitsnet. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) bepaalt prioriteit, maar uitvoering blijft achter.
Volgens VNCI helpt het als rijk, provincie en netwerkbeheerders bindende planningsafspraken maken. Concreet: heldere tijdlijnen en één loket voor grote industriële projecten. Dat geeft toeleverende mkb’ers zicht op werk en investeringen.
Zekerheid via slimme contracten
Ondernemers willen zekerheid over opbrengsten van groene keuzes. Carbon Contracts for Difference (CCfD) kunnen dat bieden. Dat zijn langjarige afspraken waarbij de overheid het verschil vergoedt tussen de kosten van een groene technologie en de marktprijs.
De SDE++-regeling vergoedt al kosteneffectieve CO2-reductie. Voor zware processen met hogere risico’s kan een CCfD of een IPCEI-project uitkomst bieden. IPCEI is een Europees programma voor grootschalige innovatie die meerdere landen raakt.
Met dergelijke instrumenten verschuift de focus van losse subsidies naar investeringszekerheid. Dat past bij de Europese Industrie- en Green Deal. Het resultaat is minder stilstand en meer bouw van installaties.
Europese regels sturen investeringen
De EU scherpt het ETS aan en voert de CBAM in. CBAM is een CO2-grensheffing op import van bijvoorbeeld staal en kunstmest. Doel is eerlijker concurrentie en minder “weglek” van productie naar landen met zwakkere klimaatregels.
Voor Nederlandse bedrijven betekent dit meer prikkels om te vergroenen en transparant te rapporteren. Dat vraagt om data en ketensamenwerking. Tegelijk wil het bedrijfsleven dat nationale regels niet bovenop Europese eisen stapelen.
VNCI ziet kansen als Nederland de Europese lijn volgt en de uitvoering versimpelt. Minder overlap en snellere besluiten maken het verschil op boardroomniveau. Zo blijven investeringen hier en niet elders in Europa of daarbuiten.
Kansen voor mkb en regio
De omslag in de chemie trekt een hele keten mee. Mkb’ers leveren componenten, onderhoud, digitalisering en recycling. Fieldlabs en testfaciliteiten helpen om nieuwe processen veilig op te schalen.
Ondernemers kunnen gebruikmaken van RVO-instrumenten zoals DEI+, VEKI, MOOI en MIT. Deze regelingen ondersteunen demonstraties, efficiëntie en samenwerking met kennisinstellingen. Duidelijke loketten en voorspelbare rondes verhogen de deelname.
Bloemer benadrukt dat snelheid nu telt. Concretisering van beleid door EZK en provincies geeft richting aan bedrijven. Met zekerheid over energie, infrastructuur en regels durven bedrijven te investeren in groene groei.
