Voka Mechelen-Kempen is positief over het vrijgeven van 56 hectare bedrijfsgrond in de regio. De meeste ruimte komt beschikbaar in Puurs-Sint-Amands. De vrijgave moet de krapte op bedrijventerreinen verlichten en mkb’ers helpen investeren in bedrijfsruimte in Vlaanderen. Bedrijven krijgen zo sneller zicht op uitbreiden of verhuizen.
Extra bedrijfsgrond beschikbaar
Het gaat om ‘gedeblokkeerde’ percelen: grond die na plan- of vergunningsproblemen alsnog kan worden ontwikkeld. Deblokkeren betekent dat juridische of ruimtelijke belemmeringen zijn opgelost. Daarmee groeit het aanbod aan kavels voor productie, logistiek en diensten. Dat moet wachttijden voor ondernemers verkorten.
56 hectare nieuwe bedrijfsgrond komt vrij in Mechelen-Kempen.
Voka Mechelen-Kempen noemt dit een stap vooruit voor de regionale economie. Meer zekerheid over locaties maakt investeringsbeslissingen eenvoudiger. Dat geldt voor grote bedrijven én voor het mkb. Ook start-ups vinden zo eerder een plek om op te schalen.
De druk op bedrijfsgrond is in Vlaanderen al jaren hoog. Gemeenten sturen daarom op herontwikkeling en compacter bouwen. Door ruimte te verdichten en te hergebruiken kunnen meer bedrijven op bestaande sites terecht. De nieuwe hectares passen in die koers.
Puurs-Sint-Amands loopt voorop
De grootste winst zit in Puurs-Sint-Amands. De gemeente ligt strategisch langs de A12 tussen Antwerpen en Brussel. Dat maakt de locatie aantrekkelijk voor logistiek en maakindustrie. De vrijgave kan die rol verder versterken.
Lokale besturen spelen een sleutelrol bij planvorming en uitgifte. Zij sturen via ruimtelijke plannen en uitgiftevoorwaarden. Gemeenten kijken daarbij naar bereikbaarheid, hinder en veiligheid. Zo proberen ze economische groei en leefbaarheid te combineren.
Nieuwe kavels trekken vaak bedrijven aan die willen clusteren. Delen van infrastructuur verlaagt kosten en versnelt oplevering. Denk aan gedeelde laadinfrastructuur, waterbeheer en beveiliging. Dat helpt vooral kleinere ondernemers.
Kansen voor mkb en start-ups
Voor mkb’ers biedt nieuwe bedrijfsgrond keuzes: uitbreiden, verhuizen of starten op een beter bereikbare plek. Dat kan levertijden verkorten en logistieke kosten drukken. Ook ontstaat ruimte voor combinatieconcepten, zoals productie met een kleine showroom. Zulke mixen zijn populair bij groeibedrijven.
Belangrijk blijft de totale doorlooptijd. Tussen reserveren, vergunning en oplevering zitten vaak vele maanden. Ondernemers doen er goed aan vroegtijdig bestemmingsvoorschriften te checken. Dat voorkomt vertraging bij ontwerp en bouw.
Financieel zijn er steunlijnen voor innovatie en verduurzaming die investeringen op bedrijventerreinen kunnen versterken. In Vlaanderen lopen die via VLAIO, in Nederland via RVO. Het gaat dan niet om gratis grond, maar om subsidies en leningen voor technologie, energie en scholing. Zo kan een nieuw pand meteen toekomstbestendig worden ingericht.
Vergunningen en duurzaamheidseisen
Voor bouwen en exploitatie is in Vlaanderen een omgevingsvergunning nodig. Dat is één gecombineerde vergunning voor bouwen en milieu. Bedrijven moeten milieu-impact aantonen, zoals geluid, stikstof en mobiliteit. Grotere installaties vallen daarnaast onder Europese emissieregels.
Nieuwe bedrijfsgebouwen moeten voldoen aan energieprestatienormen. Dat betekent isoleren, slimme technieken en vaak hernieuwbare energie opwekken. Investeren in warmtepompen en zonnepanelen verkleint de energierekening. Het verhoogt ook de kans op financiering.
Duurzaam ruimtegebruik wordt een harde randvoorwaarde. Wateropvang, hergebruik van materialen en ontharding van terrein winnen aan belang. Daarmee sluiten bedrijven aan op Vlaamse en Europese klimaatdoelen. Dat verkleint risico’s bij toekomstige regelgeving.
Relevantie voor Nederland en EU
Ook Nederlandse regio’s kampen met schaarste aan bedrijventerrein. Onder de Omgevingswet sturen provincies en gemeenten op herontwikkeling en zuinig ruimtegebruik. De Vlaamse vrijgave laat zien dat procedures versnellen verschil maakt. Dat is relevant voor grensoverschrijdende ketens in de Benelux.
Op EU-niveau sturen fondsen zoals EFRO op hergebruik van bestaande sites. Tegelijk bewaken Europese staatssteunregels hoe overheden gronduitgifte en infrastructuur financieren. Dat houdt de concurrentie eerlijk tussen regio’s. Bedrijven krijgen zo vergelijkbare spelregels.
Voor ondernemers betekent dit: plan investeringen met vergunningen, duurzaamheid en bereikbaarheid in één pakket. Wie nu kiest voor een efficiënte en schone inrichting, beperkt latere aanpassingen. Dat verkleint juridische en financiële risico’s. En het versnelt de stap van plan naar productie.
