Albert Heijn en inkoopcoöperatie Superunie hebben deze week in Nederland een prijs gewonnen voor hun inzet voor leefbaar inkomen in internationale ketens. De erkenning gaat naar supermarkten die boeren en arbeiders in bijvoorbeeld cacao, koffie en bananen helpen een eerlijk inkomen te verdienen. Tegelijk kregen Lidl en Aldi kritiek op hun beleid en transparantie. Het onderwerp is actueel door strengere Europese regels voor mensenrechten en ketentransparantie.
Supermarkten beloond voor beleid
Albert Heijn en Superunie worden onderscheiden omdat zij stappen zetten om inkomens in risicolanden te verhogen. Het gaat om beleid rond inkoop, prijsvorming en samenwerking met leveranciers. De prijs benadrukt concreet werk, niet alleen beloftes of pilots.
Volgens de organisatie achter de prijs gaat het om maatregelen die doorwerken in de keten. Denk aan langlopende contracten, premiebetalingen en het inzichtelijk maken van loonkosten. Ook telt mee of bedrijven meten of het inkomen op productniveau echt stijgt.
Superunie vertegenwoordigt meerdere supermarktformules en kan zo schaal creëren. Daardoor kunnen afspraken met leveranciers sneller breed worden toegepast. Voor boeren en arbeiders vergroot dat de kans op stabiele afzet en betere voorwaarden.
Kritiek op Lidl en Aldi
Lidl en Aldi kregen een duidelijke tik op de vingers. De kritiek gaat over beperkte transparantie en een sterke focus op lage prijzen. Dat kan het doorberekenen van leefbaar-inkomenkosten in de keten in de weg staan.
De prijsjury let op aantoonbare resultaten en openbaar beleid. Als rapportages of doelen ontbreken, leidt dat tot een lagere waardering. Daarmee worden bedrijven aangespoord om concrete stappen te laten zien in plaats van algemene ambities.
Harddiscountformules staan bekend om scherpe prijzen voor consumenten. De uitdaging is om die strategie te combineren met eerlijke verdeling van waarde in de keten. Transparante kostenopbouw en meerjarige afspraken kunnen daarbij helpen.
Wat is leefbaar inkomen
Leefbaar inkomen is het minimuminkomen dat een boer of zelfstandige nodig heeft voor basisbehoeften. Dit verschilt per land en regio en is hoger dan een armoedegrens of vaak ook het lokale minimumloon. Meten gebeurt via referentiebegrotingen en vergelijking met werkelijke opbrengsten.
Leefbaar inkomen: voldoende inkomsten voor voeding, wonen, zorg, onderwijs, vervoer, een kleine buffer en fatsoenlijke werktijden.
In ketens als cacao, koffie en bananen is het gat tussen huidig en leefbaar inkomen vaak groot. Oorzaken zijn lage wereldmarktprijzen, kleine bedrijfsgrootte en beperkte onderhandelingsmacht. Supermarkten en importeurs kunnen sturen met contracten, prijzen en volumes.
Certificering helpt, maar is geen garantie dat het inkomensdoel wordt gehaald. Daarom groeit de aandacht voor “living income reference prices”. Dat zijn richtprijzen die de kloof naar een leefbaar inkomen dichten als ze in de hele keten worden toegepast.
Nieuwe regels dwingen actie
Europese wetgeving verhoogt de druk om ketenrisico’s aan te pakken. De Corporate Sustainability Due Diligence Directive verplicht grote bedrijven om mensenrechtenrisico’s, zoals te lage lonen en inkomens, te voorkomen en aan te pakken. De Corporate Sustainability Reporting Directive eist bovendien dat bedrijven hierover rapporteren.
In Nederland werkt de overheid aan nationale invulling van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bedrijven vallen daarnaast onder de AVG als zij ketendata verzamelen met persoonsgegevens. Zorgvuldige dataverwerking en proportionaliteit zijn dan verplicht.
Voor retailers en inkooporganisaties betekent dit: betere traceerbaarheid, duidelijke contractclausules en meetbare doelen per productgroep. Een papieren beleid is niet genoeg. Toezichthouders en maatschappelijke organisaties kijken steeds vaker naar bewijs van effect.
Impact voor Nederlandse ketens
Voor mkb-importeurs en huismerkleveranciers neemt de rapportagedruk toe. Zij moeten data delen over kostenopbouw, lonen en opbrengsten bij boeren. Zonder die informatie kunnen supermarkten hun wettelijke plichten en prijsbeleid niet onderbouwen.
Prijsstijgingen zijn niet automatisch nodig, maar kostentransparantie wel. Waar de kloof naar leefbaar inkomen groot is, zullen ketenpartners afspraken moeten maken over verdeling van marge. Dat kan via premies, minimumprijzen of hogere volumes met langere looptijd.
Inkoop op uitsluitend laagste prijs brengt juridische en reputatierisico’s. Leveranciers die aantoonbaar werken aan leefbaar inkomen worden commercieel interessanter. Daarmee verschuift concurrentie van alleen prijs naar prijs én impact.
Wat ondernemers nu kunnen doen
Begin met een risicoanalyse per product en herkomst. Breng de leefbaar-inkomensgap in kaart met publiek beschikbare referenties. Stel daarna concrete doelen en een meetplan vast, per keten en per jaar.
Leg afspraken vast in contracten: volumes, looptijd, betaaltermijnen en eventuele premies. Gebruik beschikbare tools van de RVO en het SER IMVO-steunpunt voor due diligence-stappen. Zo voldoet u sneller aan EU-regels en voorkomt u losse eindjes in audits.
Communiceer kort en feitelijk over voortgang in jaarverslagen en op de website. Laat zien hoe prijs, marge en impact zich verhouden. Dat vergroot vertrouwen bij klanten, leveranciers en toezichthouders en verkleint juridische risico’s in de EU.
