• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Aldi en Deventer op ramkoers na zoveelste vergunningweigering

9 maart 14:23

0 Reacties

Aldi en Deventer op ramkoers na zoveelste vergunningweigering

Aldi botst met de gemeente Deventer na weer een afgewezen omgevingsvergunning voor een supermarktlocatie. De aanvraag is recent opnieuw geweigerd na toetsing aan de ruimtelijke regels. Het gaat om een vestigings- of uitbreidingsplan binnen de gemeentegrenzen van Deventer. De kern van het conflict: wat past wel en niet in het lokale detailhandelsbeleid onder de Omgevingswet.

Aldi botst met Deventer

De terugkerende afwijzing zet de verhoudingen tussen Aldi en het stadhuis onder druk. Het supermarktbedrijf wil ruimte om te investeren, terwijl de gemeente streng toetst op ruimtelijke inpassing. Zo ontstaat een klassieke botsing tussen ondernemersdrang en lokaal beleid.

Deventer stuurt, zoals veel gemeenten, op een evenwichtige winkelstructuur en leefbare wijken. Nieuwe supermarktplannen moeten passen in het omgevingsplan, het juridisch kader met regels voor bouwen en gebruik. Als het plan daarbuiten valt, is een vergunning lastiger te krijgen.

Voor supermarkten draait het om bereikbaarheid, voldoende vloeroppervlak en parkeerplaatsen. Voor gemeenten wegen verkeersdruk, geluid en effecten op bestaande winkelgebieden mee. Die belangen botsen snel als de ruimte schaars is.

Vergunning onder Omgevingswet

Sinds 2024 geldt de Omgevingswet, die regels over bouwen, milieu en ruimtelijke ordening bundelt. Een omgevingsvergunning is de centrale toestemming om te bouwen, verbouwen of een functie te veranderen. Gemeenten toetsen aan het omgevingsplan en aan onderwerpen als verkeer, duurzaamheid en veiligheid.

Voor winkels en supermarkten kijkt de gemeente ook naar het lokale detailhandelsbeleid. Dat beleid moet leegstand beperken en centra versterken. Plannen die daar niet bij aansluiten, krijgen vaak aanvullende eisen of stuiten op een weigering.

De reguliere procedure duurt meestal acht weken, met een mogelijke verlenging. Bij grotere of gevoelige projecten kan een uitgebreide procedure volgen, met extra onderzoek en inspraak. Dat vergt tijd, kosten en goed projectmanagement van ondernemers en vastgoedeigenaren.

Een omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, milieu en gebruik. Onder de Omgevingswet vervangt zij veel losse toestemmingen.

Bezwaren en beroep

Na een weigering kan de aanvrager binnen zes weken bezwaar maken bij de gemeente. In het bezwaar moet duidelijk staan waarom het besluit onjuist is en welke aanpassingen mogelijk zijn. Extra onderbouwing, zoals een verkeersstudie, kan helpen.

Als het bezwaar wordt afgewezen, volgt beroep bij de rechtbank en eventueel hoger beroep bij de Raad van State. Een voorlopige voorziening kan het project tijdelijk vlot trekken, maar wordt alleen bij spoed en kans van slagen toegewezen. Elke stap kost tijd en geld, en vergroot de onzekerheid.

De gemeente moet haar besluit zorgvuldig motiveren. De rechter toetst of de regels juist zijn toegepast en of de belangenafweging klopt. Ondernemers profiteren daarom van een volledig en feitelijk dossier.

Effect op lokale economie

Uitstel of afstel van een supermarktproject raakt de directe omgeving. Buurtbewoners maken zich vaak zorgen over verkeer en parkeren, terwijl nabijgelegen winkels juist rekenen op extra klandizie. Beide kanten spelen mee in het besluit.

Voor vastgoedinvesteerders en ontwikkelaars is vergunningzekerheid cruciaal. Banken vragen bij financiering vaak om een verleende omgevingsvergunning en een robuuste onderbouwing. Onzekerheid vertraagt investeringen en bouwcapaciteit.

Lokale mkb’ers profiteren van een “trekker” als een supermarkt, die dagelijkse bezoekers aantrekt. Vertraging kan omzetkansen in wijkcentra beperken en plannen voor vernieuwing van panden uitstellen. Ook banen in winkeloperatie en logistiek komen later tot stand.

Ladder en detailhandelsbeleid

Nieuwe winkels moeten vaak langs de Ladder voor duurzame verstedelijking. Dat is een landelijke toets waarbij de behoefte wordt aangetoond en eerst naar bestaande locaties wordt gekeken. Voor supermarkten buiten bestaande winkelgebieden is die onderbouwing extra belangrijk.

Gemeenten hanteren daarnaast eigen detailhandelsvisies om leegstand te beperken. Zij sturen op concentratie van winkels op sterke plekken, zoals wijk- of stadscentra. Afwijkingen vragen dan om extra harde argumenten en mitigerende maatregelen.

Valt een plan niet binnen die kaders, dan is aanpassing vaak onvermijdelijk. Denk aan een andere locatie, minder meters of een ander logistiek concept. Zonder aantoonbare behoefte en goede inpassing blijft de kans op afwijzing groot.

Routes voor een doorbraak

Een praktische route is het plan inhoudelijk aanpassen. Minder verkeersbewegingen, een compacter ontwerp of aangepaste bevoorradingstijden kunnen helpen. Een onafhankelijk onderzoek naar effecten op omliggende winkels vergroot de kans op draagvlak.

Intensieve buurtparticipatie levert vaak betere oplossingen op. Afspraken over geluid, verlichting en groen kunnen bezwaren wegnemen. Gemeenten waarderen aantoonbare participatie onder de Omgevingswet.

Tot slot kan zoeken naar een locatie met een passend omgevingsplan het proces versnellen. Bestaande winkelgebieden of panden met een geldige detailhandelsfunctie geven meer juridische zekerheid. Dat verkort doorlooptijden en verlaagt de financieringsrisico’s voor ondernemers.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}