Het gerechtshof heeft beslist dat chauffeurs die via Uber rijden ondernemers zijn en geen werknemers. De uitspraak in hoger beroep zet een streep door de eis van vakbond FNV om de Uber-chauffeurs onder een cao te laten vallen. De rechters zien onvoldoende gezag van Uber om te spreken van een arbeidsovereenkomst. De zaak speelt in Nederland en raakt direct de taxi- en platformsector.
Hof ziet geen gezag
Een arbeidsovereenkomst vraagt om arbeid, loon en een gezagsverhouding. Het hof vindt dat Uber onvoldoende zeggenschap heeft over het werk van chauffeurs. Zij bepalen zelf wanneer zij rijden en welke ritten zij accepteren. Dat wijst volgens de rechters op ondernemen als zzp’er.
De app stuurt wel aanbiedingen en hanteert regels, maar dat is niet hetzelfde als direct aansturen als werkgever. Beoordelingen en mogelijke deactivering wegen mee, maar vormen hier geen structurele baas-werknemerrelatie. De vrijheid om te stoppen, pauzes te nemen en het werk in te richten blijft bij de chauffeur.
Chauffeurs dragen bovendien hun eigen bedrijfsrisico’s. Zij investeren in auto, verzekering en brandstof. Ze ontvangen geen loon bij ziekte en bouwen geen vakantiegeld op via Uber. Dat past bij zelfstandig ondernemerschap en niet bij een dienstverband.
Een arbeidsovereenkomst vereist drie elementen: arbeid, loon en gezag van de werkgever over hoe het werk wordt gedaan.
Eerdere vonnis teruggedraaid
In 2021 oordeelde de rechtbank Amsterdam nog dat Uber-chauffeurs onder de cao Taxivervoer vallen. FNV stelde dat Uber via algoritmes feitelijk de baas is. Met de nieuwe uitspraak draait het hof die lijn terug. De rechter vindt de digitale sturing hier niet sterk genoeg voor een arbeidsovereenkomst.
De cao-eis en eventuele nabetalingen komen daarmee op losse schroeven te staan. Uber hoeft zijn Nederlandse chauffeurs op het moment van schrijven niet als werknemers in te schrijven. De kern is dat de feitelijke uitvoering zwaarder weegt dan de technologie eromheen. Elk platformmodel wordt daarbij apart beoordeeld.
De zaak verschilt van het Deliveroo-arrest bij de Hoge Raad in 2023, waar bezorgers wél als werknemers golden. Daar woog de mate van aansturing en vervangingsvrijheid anders uit. Het laat zien dat kleine verschillen in werkwijze juridisch grote gevolgen hebben.
Gevolgen voor chauffeurs en Uber
Voor chauffeurs verandert er vandaag weinig in de praktijk. Zij blijven zelfstandig ondernemer met vrijheid, maar ook met risico’s. Er is geen automatisch recht op loon bij ziekte, vakantiedagen of pensioenopbouw via Uber. Wel kunnen zij kosten aftrekken en eigen tarievenstrategie kiezen via ritacceptatie.
Voor Uber betekent de uitspraak dat het huidige Nederlandse model in stand kan blijven. Het bedrijf moet wel blijven voldoen aan regels voor veiligheid, privacy en fiscale afdrachten. De druk om transparant te zijn over algoritmes en prijsvorming blijft. Dat is belangrijk voor vertrouwen van chauffeurs en toezichthouders.
Voor andere platformen biedt dit houvast, maar geen vrijbrief. Wie vergaande controle uitoefent, loopt meer kans dat de rechter een dienstverband ziet. Ondernemers en mkb’ers die met zzp-platforms werken, doen er goed aan hun contracten en werkprocessen opnieuw te toetsen.
Wetgeving in beweging
De Nederlandse regels over schijnzelfstandigheid worden aangescherpt. Het kabinet werkt aan duidelijkere criteria om te beoordelen of iemand werknemer of zzp’er is. Ook is een rechtsvermoeden bij lage tarieven besproken, zodat werkenden makkelijker hun rechten kunnen claimen. Op het moment van schrijven is die wetgeving nog niet volledig ingevoerd.
De Belastingdienst heeft handhaving op de Wet DBA eerder beperkt, maar wil die stapsgewijs opvoeren. Dat kan gevolgen hebben voor platformen en opdrachtgevers die veel aansturen. Bedrijven moeten aantoonbaar laten zien dat er echt ondernemingsvrijheid is. Denk aan keuzevrijheid in werktijden, tarieven en vervanging.
Bij een dienstverband zijn werkgevers premies voor sociale zekerheid verschuldigd. Ook gelden dan de Arbowet en cao-afspraken. Bij zzp’ers liggen deze kosten en risico’s vooral bij de ondernemer zelf. Dat heeft directe impact op prijzen, marges en concurrentie in de taxi- en platformmarkt.
Europese regels naderen
De EU werkt aan strengere kaders voor platformwerk om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De Platformwerk-richtlijn beoogt een rechtsvermoeden van dienstverband wanneer het platform feitelijk de touwtjes in handen heeft. Lidstaten moeten die regels in nationale wetgeving omzetten. Dat kan de beoordeling in Nederland de komende jaren beïnvloeden.
Voor bedrijven wordt transparantie over algoritmische sturing belangrijker. Denk aan uitleg over hoe ritten worden verdeeld en prijzen tot stand komen. De AVG verplicht al tot zorgvuldigheid bij geautomatiseerde besluitvorming. Extra openheid kan juridische risico’s en reputatieschade beperken.
De uitspraak van het hof past binnen de huidige Nederlandse maatstaf. Maar Europese implementatie kan het kader verschuiven. Platformen en opdrachtgevers doen er goed aan nu al te anticiperen op strengere Europese eisen. Dat voorkomt kostbare aanpassingen achteraf.
Vervolgstappen en onzekerheid
FNV kan in cassatie bij de Hoge Raad. Cassatie toetst of het recht goed is toegepast, niet opnieuw de feiten. Een definitieve lijn kan dus nog volgen. Tot die tijd blijft er enige onzekerheid voor platformwerk.
Voor ondernemers is het zaak dossiers op orde te hebben. Leg vast hoe autonomie van werkenden is geborgd. Houd de Kamer van Koophandel en RVO in de gaten voor praktische hulpmiddelen. Denk aan modelovereenkomsten en checklists voor arbeidsrelaties.
De kernboodschap na dit arrest is nuchter: de feitelijke aansturing beslist. Minder controle wijst op ondernemen, meer controle op een dienstverband. Platformen die groeien in Nederland en de EU moeten hun model daarop blijven finetunen. Dat is zowel juridisch als economisch verstandig.
