De gemeente Dijk en Waard onderzoekt een parkeerhub en extra woningen bij het treinstation. Het plan moet de bereikbaarheid verbeteren en de woningbouw versnellen. Het college werkt aan varianten die overstappen op trein, bus en fiets makkelijker maken. Besluitvorming volgt na onderzoek en overleg met bewoners en ondernemers.
Gemeente onderzoekt mobiliteitshub
Dijk en Waard wil nabij het station een mobiliteitshub, ook wel parkeerhub, ontwikkelen. Bezoekers en forenzen parkeren daar aan de rand en stappen over op trein, bus of deelvervoer. Zo moet de verkeersdruk in de omliggende wijken dalen. Ook kan het station beter functioneren als regionaal knooppunt.
De gemeente bekijkt meerdere plekken en schaalgroottes. Een uitkomst kan een combinatie zijn van P+R, fietsenstallingen en deelauto’s. Dat vraagt om duidelijke looproutes en veilige fietspaden. Het ontwerp moet bovendien passen in de bestaande omgeving.
De maatregel is bedoeld om autobewegingen te beperken zonder de economie te schaden. Een betere overstap maakt het aantrekkelijker om per OV te reizen. Tegelijk blijft ruimte nodig voor doelgroepen met de auto, zoals leveranciers en zorgverkeer. De balans tussen doorstroming en leefbaarheid is leidend.
Een mobiliteitshub is een plek waar reizigers eenvoudig overstappen tussen auto, fiets, deelvervoer en openbaar vervoer.
Meer woningen bij station
De gemeente onderzoekt ook extra woningbouw rond het station. Verdichten bij OV-knooppunten past in de landelijke woningbouwopgave. Nieuwe woningen op loopafstand van het spoor verminderen de noodzaak van autogebruik. Dat sluit aan bij beleid van provincie Noord-Holland om groei te bundelen.
Bij nieuwe woningbouw geldt de Ladder voor duurzame verstedelijking. Die regel vraagt om een aantoonbare behoefte en een goede inpassing in het gebied. Ook moet de openbare ruimte toegankelijk en groen blijven. Dat voorkomt dat bereikbaarheid en leefbaarheid onder druk komen.
Voor ondernemers kan nieuwbouw extra klandizie opleveren. Meer bewoners zorgen vaak voor een stabielere klantenstroom voor winkels en horeca. Tegelijk kunnen bouwfasen tijdelijk hinder geven. Heldere planning en communicatie zijn daarom belangrijk.
Gevolgen voor ondernemers
Een parkeerhub kan parkeerdruk bij winkels verminderen, maar ook parkeerplaatsen dichter bij de zaak herverdelen. Dat vraagt om maatwerk in het laad- en losbeleid. Denk aan venstertijden en duidelijke routes voor leveranciers. Zo blijft de bevoorrading op peil.
Deelvervoer aanbieders en fietsservices zien juist nieuwe kansen. Een hub kan vraag creëren naar deelauto’s, deelfietsen en reparatieservices. Mkb’ers kunnen daarop inspelen met abonnementen of servicepunten. Contracten moeten transparant zijn over tarieven en aansprakelijkheid.
Omzet kan tijdelijk schommelen door werkzaamheden. Een fasering met tijdelijke looproutes en bewegwijzering helpt. Ook kan de gemeente lokale ondernemers betrekken bij placemaking. Dat houdt het gebied aantrekkelijk voor bezoekers.
Wetgeving stuurt het proces
De Omgevingswet, sinds 2024 van kracht, bundelt regels voor bouwen, milieu en ruimte. De wet vraagt om vroegtijdige participatie van bewoners en bedrijven. De gemeente moet deze reacties meewegen in het omgevingsplan. Dat maakt het proces transparanter.
Daarnaast spelen milieunormen zoals geluid, luchtkwaliteit en stikstof een rol. Bij een mobiliteitshub hoort een verkeersanalyse en eventueel een milieueffecttoets. Ook toegankelijkheidseisen en veiligheidseisen zijn verplicht. Zo wordt het gebied veilig voor voetgangers en fietsers.
Voor woningbouw gelden regels over betaalbaarheid en energienormen. Denk aan de EPC/BENG-eisen voor energiezuinig bouwen. Dat verhoogt de bouwkosten, maar verlaagt woonlasten. Projecten kunnen daarmee robuuster worden in de exploitatie.
Financiering en planning
De plannen kunnen aansluiten op subsidies voor duurzame mobiliteit en woningbouw. Denk aan de Woningbouwimpuls van het Ministerie van BZK en EFRO-middelen van de EU. Ook provinciale bijdragen voor knooppuntontwikkeling zijn mogelijk. Dat verlaagt de financieringsdruk voor de gemeente.
Op het moment van schrijven is nog geen investeringsbesluit genomen. Eerst volgen ontwerpstudies, verkeerstoetsen en participatie. Daarna beslist de gemeenteraad over fasering en budget. Uitvoering kan in stappen om bereikbaarheid te garanderen.
Voor ondernemers is voorspelbaarheid cruciaal. Heldere tijdlijnen en informatie over omleidingen beperken omzetverlies. De gemeente kan tijdelijke maatregelen inzetten, zoals extra bewegwijzering en pop-up parkeerruimte. Zo blijft het station bereikbaar tijdens de bouw.
Participatie en volgende stappen
De gemeente wil bewoners en bedrijven betrekken bij keuzes over inrichting en bereikbaarheid. Inloopavonden en online consultaties helpen wensen en zorgen te verzamelen. Denk aan vragen over geluid, fietsenstallingen en groen. Die input kan het ontwerp verbeteren.
Na de participatie volgt een uitgewerkt voorkeursplan. Daarin staan de locatie van de hub, het programma aan woningen en de verkeersaanpak. Ook worden beheer en exploitatie uitgewerkt. Dat is belangrijk voor lange termijn onderhoud en veiligheid.
Als de raad instemt, start de vergunningfase. Dat omvat aanpassingen aan het omgevingsplan en eventuele bezwaarprocedures. Bedrijven kunnen dan hun belangen formeel inbrengen. Zo ontstaat een besluit met brede draagvlak in Dijk en Waard.
