Nederlandse ondernemers voelen groeiende onzekerheid door het gejojo in het Amerikaanse handelsbeleid. Nieuwe en veranderende importheffingen, ‘Buy American’-regels en verkiezingsretoriek zetten deals en prijzen onder druk. Bedrijven met export naar Amerika en toeleveranciers in EU-ketens herzien hun plannen op het moment van schrijven. Belangenorganisaties zoals VNO-NCW, MKB-Nederland en evofenedex vragen om duidelijkheid en voorspelbare regels.
Tarieven verhogen risico mkb
De Verenigde Staten passen hun handelspolitiek de laatste jaren vaker aan. Het gaat om extra importheffingen en strengere regels voor herkomst van onderdelen. Voor Nederlandse mkb’ers met verkoop in de VS leidt dit tot hogere kosten en langere levertijden. Ook offertes worden minder lang geldig, omdat voorwaarden snel kunnen wijzigen.
De Office of the United States Trade Representative (USTR) gebruikt tarieven als drukmiddel in geopolitieke dossiers. Dat raakt Nederlandse producten met onderdelen uit derde landen, zoals China. Regels voor ‘rules of origin’ bepalen dan of een product wel of niet extra heffing krijgt. Bedrijven moeten daardoor hun inkoop en productielocaties opnieuw bekijken.
De dollarkoers versterkt het effect van zulke maatregelen. Een duurdere import gecombineerd met wisselkoersschommelingen maakt marges klein. Prijsclausules en valutadekking zijn daarom belangrijker geworden. Dit alles vergroot de drempel voor nieuwe Amerikaanse klanten.
Een tarief is een extra belasting aan de grens op ingevoerde goederen. Het maakt import duurder en is bedoeld om binnenlandse industrie te beschermen of druk te zetten in onderhandelingen.
Buy American sluit aanbestedingen
‘Buy American’-regels leggen inkoop door de Amerikaanse overheid vast op lokaal geproduceerde goederen. Dat beperkt kansen voor Nederlandse leveranciers bij publieke projecten. Ook bij subsidies, zoals onder de Inflation Reduction Act, tellen lokale-inhoudseisen mee. Zonder Amerikaanse assemblage of partners vallen Europese aanbieders vaak buiten de boot.
Voor industrie, energie en infrastructuur leidt dit tot nieuwe toetredingskosten. Een kantoor, partner of lichte productie in de VS kan toegang geven, maar vergt investering en naleving van Amerikaanse standaarden. Ondernemers wegen die stap af tegen schaal en marge. Het gevolg is uitstel van plannen en voorzichtige pilotprojecten.
Brancheorganisaties als evofenedex en de American Chamber of Commerce in the Netherlands adviseren over inkoopregels en certificering. Zij benadrukken dat due diligence nodig is bij lokale-inhoudseisen. Fouten kunnen leiden tot uitsluiting of terugvordering van subsidie. Dat risico is voor kleine bedrijven extra zwaar.
EU reageert met eigen instrumenten
De Europese Commissie zet ondertussen eigen handelstools in. Denk aan het anti-subsidiebeleid, het Carbon Border Adjustment Mechanism (CO2-heffing aan de grens) en het instrument tegen economische dwang. Deze maatregelen moeten eerlijkere concurrentie en een gelijk speelveld creëren. Voor Nederlandse bedrijven betekent dit extra rapportage en planning.
Het EU‑VS Trade and Technology Council (TTC) probeert afstemming te vinden, maar resultaten zijn vaak technisch en stap voor stap. Daardoor blijft onzekerheid voor ondernemers bestaan. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel brengen Nederlandse zorgen in. Toch duurt beleidsafstemming meestal langer dan een commercieel kwartaal.
De AVG en het EU‑VS Data Privacy Framework beïnvloeden ook handel in digitale diensten. Dat gaat over doorgifte van persoonsgegevens naar de VS. Bedrijven die SaaS of data-analyse leveren moeten contracten en datastromen borgen. Zo voorkomen zij klachten en boetes onder privacyrecht.
Sectoren met extra spanning
Halfgeleiders en hightech staan onder druk door exportcontroles richting China, met Nederlandse gevolgen voor ketens rond ASML. Deze regels komen deels uit de VS en zijn overgenomen in Nederlandse exportvergunningsplichten. Leveranciers moeten precies weten welke technologie zij leveren en aan wie. Een vergissing kan vergunningen en reputatie schaden.
In de maakindustrie spelen herkomst en componentkeuze een grote rol. Onderdelen uit ‘gevoelige’ landen kunnen een heel product heffingsplichtig maken in de VS. Daarom verschuiven sommige bedrijven hun inkoop naar andere markten. Dit kost tijd en kan de inkoopprijs verhogen.
Voor agrofood tellen sanitaire en etiketteringsregels extra mee. Afwijkende normen betekenen aanpassingen in receptuur, verpakking en certificering. Dat vergt tests en audits voor de Amerikaanse markt. Kleinere producenten haken soms af door de vaste kosten.
Praktische stappen voor ondernemers
Maak een productpaspoort met HS-codes, herkomst en onderdelenlijst. Zo ziet u snel waar tarieven of ‘Buy American’ u raken. Leg in contracten prijs- en tariefclausules vast, inclusief wisselkoersafspraken. Dat beperkt verrassingen bij een beleidswijziging.
Kijk naar lokale aanwezigheid via een partner, contract manufacturing of fulfilment in de VS. Dat kan toegang geven tot aanbestedingen en kortere levertijden. Let op compliance met Amerikaanse standaarden en labeling. Vraag tijdig certificaten aan om vertraging bij douane te voorkomen.
Gebruik Nederlandse steun en verzekeringen. RVO biedt SIB- en DHI-regelingen voor marktverkenning en pilotprojecten. Atradius Dutch State Business levert exportverzekering en financieringsoplossingen voor mkb export Amerika. De KVK en evofenedex geven actueel exportadvies en trainingen.
Maak tenslotte een scenario-analyse voor handel met de VS. Werk met drie paden: tarieven omhoog, gelijk of omlaag. Koppel hieraan prijs, marge en voorraadstrategie. Zo kunt u snel schakelen als beleid opnieuw draait.
