Het Amerikaanse LanzaJet wil in Gent een fabriek van 500 miljoen euro bouwen voor duurzame vliegtuigbrandstof (SAF). De installatie moet aan de groeiende Europese vraag voldoen en inzetbaar zijn voor luchtvaartmaatschappijen in België en Nederland. Het project wordt voorbereid op het havengebied North Sea Port, waar industrie en logistiek samenkomen. De bouw kan starten zodra vergunningen, financiering en eventuele subsidies rond zijn.
Grote investering in SAF
LanzaJet onderzoekt een productielocatie in Gent met een geraamde investeringssom van 500 miljoen euro. De fabriek moet kerosine produceren met lagere uitstoot dan fossiele brandstof. Dit past in de Europese economie die versneld wil vergroenen en innoveren. Voor ondernemers in de regio kan dit nieuwe opdrachten opleveren.
Het plan richt zich op levering aan luchthavens in de Benelux en omliggende landen. De ligging in North Sea Port maakt aanvoer en export per schip, spoor en pijpleiding mogelijk. Bedrijven kunnen zo efficiënter schakelen tussen grondstoffen en afnemers. Dat verkort doorlooptijden en beperkt logistieke kosten.
De investeringsbeslissing volgt na technische studies en gesprekken met overheden en financiers. Publieke steun kan via Europese en regionale programma’s, mits aan staatssteunregels wordt voldaan. Ook commerciële partners zijn nodig voor langjarige afnamecontracten. Zulke contracten verlagen risico’s en rente voor projectfinanciering.
EU-regels stuwen de vraag
De Europese verordening ReFuelEU Aviation verplicht een groeiend aandeel SAF in vliegtuigbrandstof. Het bijmengpercentage loopt stapsgewijs op: 2 procent vanaf 2025 en 6 procent in 2030, oplopend richting 2050. Hierdoor ontstaat een voorspelbare markt waarin producenten durven investeren. Luchtvaartmaatschappijen in Nederland en België bereiden hun inkoopbeleid hierop voor.
Daarnaast worden CO2-kosten via het EU-ETS hoger naarmate de tijd verstrijkt. Dat maakt schonere alternatieven relatief aantrekkelijker. Voor luchthavens en brandstofleveranciers betekent dit aanpassingen in opslag, kwaliteit en certificering. SAF moet voldoen aan strenge Europese duurzaamheidscriteria.
Ook nationale beleidslijnen sluiten aan. Nederland en België ondersteunen projecten die emissies verminderen via innovatie en verduurzaming. Dat kan met fiscale prikkels, garantieregelingen of investeringssteun. Bedrijven moeten dan wel transparant rapporteren over herkomst en impact.
SAF is kerosine uit hernieuwbare of gerecyclede koolstofbronnen. Het verlaagt de uitstoot over de volledige levenscyclus vergeleken met fossiele brandstof.
Ketenvoordelen in Gent
Gent heeft een sterke industriële basis met toegang tot grondstoffen, waterstof en CO2-bronnen. LanzaJet kan hier zijn alcohol-to-jet technologie inzetten, waarmee ethanol wordt omgezet in vliegtuigbrandstof. De nabijheid van grote industriële spelers verkort de keten. Dat kan kosten en emissies verlagen.
Het havengebied biedt ruimte voor pijpleidingen, terminals en energie-infrastructuur. Voor toeleveranciers in techniek, bouw en onderhoud liggen hier opdrachten. Denk aan installaties, procesbesturing en veiligheidssystemen. Ook logistieke bedrijven kunnen inspelen op nieuwe volumedromen.
Certificering en traceerbaarheid zijn essentieel in deze keten. Leveranciers moeten voldoen aan duurzaamheidsstandaarden en de AVG bij datadeling respecteren. Smart metering en rapportage helpen bij audits en subsidies. Dat vraagt eenvoudige, betrouwbare IT-oplossingen.
Vergunningen en steun nodig
Voor de fabriek zijn milieu- en bouwvergunningen in Vlaanderen vereist. Denk aan regels rond emissies, geluid, water en veiligheid. De procedure toetst ook de ruimtelijke inpassing. Publieke consultatie kan de doorlooptijd beïnvloeden.
Financiële steun is mogelijk onder Europese kaders, zoals het Innovatiefonds of het tijdelijke crisis- en transitiekader voor staatssteun. Zulke steun moet concurrerende markten beschermen en toch de energietransitie versnellen. Projecten worden beoordeeld op CO2-reductie, schaalbaarheid en kosten. Een duidelijke businesscase vergroot de kans op toekenning.
Voor lange termijn kan een Carbon Contract for Difference (CCfD) prijszekerheid bieden. Dat is een contract waarbij de overheid een minimumprijs voor CO2-reductie garandeert. Diverse EU-landen verkennen dit instrument. Het verlaagt financieringskosten voor kapitaalintensieve fabrieken.
Impact voor Nederland en EU
KLM en andere Europese luchtvaartmaatschappijen moeten meer SAF inkopen. Extra productie in de Benelux kan leveringszekerheid verhogen en prijzen stabiliseren. Dit is relevant voor de concurrentiepositie van luchthavens als Schiphol, Brussel en Eindhoven. Regionale raffinage en blending worden dan logistiek eenvoudiger.
Voor Nederlandse mkb’ers liggen er kansen in onderhoud, engineering en digitalisering van kwaliteitscontroles. Programma’s via RVO kunnen innovatie en internationalisering ondersteunen. Denk aan MIT-regelingen, SDE++ voor verwante processen en exportvouchers. Goede voorbereiding op aanbestedingen is daarbij cruciaal.
Ook compliance wordt belangrijker. De CSRD verplicht grote bedrijven tot gedetailleerde duurzaamheidsrapportages, ook over toeleveranciers. Mkb’ers die aantoonbaar duurzaam leveren, worden aantrekkelijker. Dat vraagt heldere data, keurmerken en betrouwbare meetmethoden.
Kansen en risico’s voor ondernemers
De bouwfase biedt veel werk voor aannemers, installatiebedrijven en veiligheidsdiensten. In de exploitatiefase zijn er opdrachten voor procesoperators, IT-beheer en onderhoud. Leveranciers met ervaring in chemie en havens hebben een streepje voor. Scholing en certificering verhogen de kans op contracten.
Risico’s zitten in grondstofprijzen, vergunningstermijnen en technologische opschaling. Ondernemers kunnen die beperken met flexibele contracten en partnerschappen. Vroege betrokkenheid bij ontwerp en standaardisatie helpt ook. Dat verkleint aanpassingen later in het traject.
Banken en investeerders vragen om lange afnamecontracten en stabiele regelgeving. ReFuelEU en nationale plannen geven richting, maar marktdynamiek blijft. Transparante planning en duidelijke KPI’s zijn daarom belangrijk. Zo blijft het project financierbaar en uitvoerbaar op het moment van schrijven.
