Gemeente Dijk en Waard zet duurzaamheid hoog op de agenda, maar harde keuzes blijven uit. In de Noord-Hollandse fusiegemeente blijft beleid vaak op hoofdlijnen staan, terwijl uitvoering en financiering achterlopen. Dat raakt ondernemers en bewoners die willen investeren in energie, mobiliteit en circulariteit. De vraag is nu wanneer college en gemeenteraad knopen doorhakken en duidelijkheid geven.
Ambitie zonder concrete keuzes
Dijk en Waard spreekt over energie besparen, schone mobiliteit en een circulaire economie. Maar er zijn nog weinig besluiten over waar, wanneer en met welk budget plannen doorgaan. Zonder locaties, tijdspad en geld blijven projecten hangen in verkenningen en pilots. Bedrijven wachten daardoor op duidelijkheid over bedrijventerreinen, laadpunten en vergunningen.
De Omgevingswet vraagt om heldere keuzes in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Die documenten bepalen waar zonnepanelen, laadpleinen en nieuwe logistiek passen. Als die keuzes uitblijven, schuiven investeringen op. Dat remt ook lokale werkgelegenheid en uitvoering door het mkb.
Ondernemers zien kansen, maar willen zeker weten dat plannen haalbaar zijn. Denk aan collectieve inkoop van zonnepanelen op daken, of een gedeelde warmte-oplossing op een terrein. Zonder gemeentelijke kaders is het lastig om contracten te sluiten en financiering rond te krijgen. Bank en subsidiegever vragen immers om zekerheid.
Ondernemers missen houvast
Bedrijven willen weten hoe vergunningen werken onder de nieuwe regels. De Omgevingswet moet procedures eenvoudiger maken, maar vraagt ook meer voorbereiding. Een duidelijk loket en vaste termijnen helpen ondernemers daarbij. Nu verschilt de doorlooptijd per project en dat vergroot het risico.
Ook inkoop door de gemeente kan sturen op duurzaamheid. Heldere aanbestedingseisen voor circulariteit en CO2-reductie geven leveranciers richting. Zonder zulke eisen blijft de markt afwachtend. Dat is zonde, want lokale bedrijven kunnen vaak snel leveren en opschalen.
Vooral het mkb heeft praktische informatie nodig. Wat mag waar, welke eisen gelden en welke subsidies zijn er? Een gebiedsgerichte aanpak met standaardpakketten kan helpen. Zo weten installateurs en ondernemers precies wat kan en tegen welke voorwaarden.
Subsidies helpen, keuzes nodig
Er zijn veel regelingen voor verduurzaming beschikbaar via RVO en de EU. Denk aan EIA en MIA/Vamil voor energiezuinige en circulaire investeringen, of SDE++ voor grotere projecten. Ook bestaan vouchers en leningen voor het mkb. Wie zoekt op “subsidie verduurzaming mkb Nederland” vindt snel opties.
Subsidies lossen echter geen ruimtelijke of netproblemen op. Zonder gemeentelijke locaties en prioriteiten blijft geld op de plank liggen. Bedrijven hebben baat bij een integrale planning: eerst een besluit over plek en netcapaciteit, dan financiering. Dat versnelt besluitvorming bij banken en investeerders.
Ook digitalisering speelt mee bij uitvoering. Slimme meters, energiemanagement en datadeling maken besparen meetbaar. Subsidie digitalisering mkb Nederland kan deze stap versnellen. De gemeente kan dit koppelen aan energiescans op bedrijventerreinen.
Netcongestie remt verduurzaming
In Noord-Holland is het stroomnet op veel plekken vol. Netbeheerder Liander werkt aan uitbreiding, maar dat kost tijd. Daardoor lopen aansluitingen voor nieuwe bedrijven en laadpleinen vertraging op. Ondernemers ervaren wachtlijsten en onzekerheid over capaciteit.
De gemeente kan hier regie nemen met energiehubs op bedrijventerreinen. Dat zijn lokale afspraken over opwek, opslag en slim sturen van verbruik. Denk aan batterijen, piekspreiding en delen van aansluitingen. Zo benut je het bestaande net beter.
Ook afspraken met de netbeheerder helpen. Koppeling van ruimtelijke plannen aan het investeringsplan van de netbeheerder geeft duidelijkheid. Dan weten bedrijven of een project haalbaar is binnen twee of vijf jaar. Dat maakt een businesscase veel sterker.
Wetgeving vraagt lokale actie
Ondernemers krijgen te maken met bestaande en nieuwe regels. De energiebesparingsplicht van de Wet milieubeheer en de informatieplicht bij RVO gelden voor veel bedrijven. Grote organisaties vallen onder de Europese energie-audit (EED) en rapportageplichten zoals CSRD. Gemeenten en omgevingsdiensten zien toe op naleving.
Bedrijven met meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m³ gas per jaar moeten energiebesparende maatregelen nemen en dit melden bij RVO (informatieplicht energiebesparing).
Ook geldt sinds 2023 energielabel C voor kantoren; handhaving loopt stapsgewijs op. Deze regels vragen investeringen én tijdige planning. Heldere communicatie vanuit Dijk en Waard voorkomt boetes en dubbel werk. Eén loket met checklists kan veel uitzoeken schelen.
De Omgevingswet biedt hulpmiddelen zoals projectbesluiten en gebiedsgerichte programma’s. Daarmee kan de gemeente sneller schakelen, mits prioriteiten zijn gekozen. Zo sluit lokaal beleid aan op nationaal klimaatbeleid en de Europese Green Deal. Dat vergroot de kans op extra financiering.
Kiezen en uitvoeren
Voor Dijk en Waard ligt de kern nu bij drie stappen. Eerst: maak keuzes over locaties, tempo en budget, en leg die vast in het omgevingsplan. Tweede: organiseer uitvoer met een ondernemersloket, standaardpakketten en duidelijke termijnen. Derde: sluit samenwerking met Liander en omgevingsdienst voor net en handhaving.
Met zo’n aanpak krijgen bedrijven sneller duidelijkheid. Dan loont investeren in zonnepanelen, elektrische voertuigen en isolatie. Dat versterkt het lokale vestigingsklimaat en verlaagt energiekosten. Ook neemt de druk op vergunningen en toezicht af.
De ambities zijn er al; nu is uitvoering aan de beurt. Harde keuzes geven richting aan ondernemers, bouwers en financiers. Daarmee kan Dijk en Waard tempo maken met realistische, betaalbare projecten. En komt de duurzaamheidsbelofte dichter bij de praktijk.
