De stad Gent test op het moment van schrijven of elektrische auto’s bij piekverbruik stroom kunnen terugleveren aan het elektriciteitsnet. Het proefproject onderzoekt bidirectioneel laden op publieke laadpalen en bij bedrijven in de stad. Doel is het net te ontlasten, kosten te verlagen en meer wind- en zonnestroom te benutten. De proef is ook relevant voor ondernemers in Nederland, waar subsidie slim laden voor het mkb en EU‑regels voor smart charging in opkomst zijn.
Gent test bidirectioneel laden
In Gent wordt onderzocht hoe elektrische auto’s tijdelijk als kleine batterij voor de buurt kunnen werken. Auto’s laden op als er veel wind- of zonnestroom is en leveren bij piekverbruik een deel terug. De stad bekijkt dit zowel aan publieke laadpunten als bij bedrijven met een eigen parkeerterrein.
Het experiment richt zich op drukke uren in de avond en ochtend. Dan raakt het wijknet snel vol en zijn stroomprijzen vaak hoger. Door pieken af te vlakken kan de netbeheerder investeringen uitstellen en kunnen bedrijven hun energierekening drukken.
Deelnemers gebruiken laadpalen en contracten die bidirectioneel laden toestaan. Een slimme sturing bepaalt wanneer laden of ontladen loont. De impact wordt gemeten in teruggeleverde kilowatturen, verlaagde piekbelasting en betrouwbaarheid in de praktijk.
Verdienkansen voor bedrijven
Voor bedrijven met wagenparken kan dit een nieuw verdienmodel zijn. Bestelwagens en poolauto’s staan vaak stil tijdens kantooruren. Zij kunnen het eigen pand helpen met piekverlaging (vehicle-to-building) en zo besparen op netkosten.
Ondernemers kunnen daarnaast inkomsten krijgen uit flexibiliteitsdiensten, zoals het leveren van regelenergie. Dat vraagt afspraken met een energieleverancier of aggregator, die de sturing en vergoedingen regelt. De businesscase wordt beter met dynamische stroomtarieven en duidelijke piekprijzen.
In Nederland zijn via RVO regelingen beschikbaar die innovatie ondersteunen, zoals DEI+ en MOOI voor demonstraties en ontwikkeling van slimme laadinfrastructuur. Ook fiscale regelingen als MIA/Vamil kunnen bidirectionele laadpalen financieel aantrekkelijker maken. Dit is relevant voor mkb’ers die willen investeren in “subsidie slim laden mkb Nederland” en hun energiegebruik willen sturen.
Regels en privacy op orde
EU‑beleid stimuleert slim en bidirectioneel laden. De Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR) legt eisen op aan laadinfrastructuur en data‑toegang. De Europese elektriciteitsmarktrichtlijn maakt ruimte voor vraagsturing en onafhankelijke aggregators, zodat ook kleine spelers kunnen meedoen.
Het delen van laad- en locatiegegevens valt onder de AVG, de Europese privacywet. Bedrijven moeten daarom dataminimalisatie toepassen en heldere toestemming regelen. Taken en verantwoordelijkheden van gemeente, laadpaalexploitant en energieleverancier horen contractueel vast te liggen.
Ook de technische aansluiting en verrekening moeten juridisch kloppen. Contracten moeten transparant zijn over vergoedingen, batterijslijtage en wie risico’s draagt. Voor fleetowners en leaserijders is garantie op de batterij en een duidelijke exitregeling belangrijk.
Bidirectioneel laden betekent dat een elektrische auto niet alleen kan opladen, maar ook stroom kan terugleveren aan een gebouw of het elektriciteitsnet.
Techniek en standaarden nodig
Bidirectioneel laden vraagt om geschikte auto’s, laadpalen en protocollen. ISO 15118‑20 ondersteunt teruglevering via het gangbare CCS‑laadsysteem. Sommige auto’s gebruiken nu al bidirectionele DC‑laadpalen, terwijl AC‑toepassingen snel volgen.
Een slimme meter en goede sturing zijn nodig om pieken te meten en af te rekenen. Contractvermogen is het maximale vermogen dat je mag afnemen; wie pieken verlaagt, kan kosten besparen. Voor bedrijven op bedrijventerreinen kan dit direct schelen in de netfactuur.
Interoperabiliteit is cruciaal voor schaal. Open protocollen zoals OCPP 2.0.1 maken dat laadpalen met verschillende backends samenwerken. AFIR dwingt bovendien meer openheid af, zodat ondernemers niet vastzitten aan één leverancier.
Lessen voor Nederland en EU
De Gentse proef laat zien hoe steden en netbeheerders lokaal flexibiliteit kunnen organiseren. Voor Nederland, waar netcongestie veel investeringen vertraagt, zijn zulke lessen direct toepasbaar. Pilots bij bedrijventerreinen en parkeergarages kunnen snel effect hebben.
Gemeenten, netbeheerders en bedrijven doen er goed aan vroeg samen te werken. Begin met een beperkt aantal laadpleinen, duidelijke meetdoelen en standaardcontracten. Europese en nationale subsidies helpen de opstartkosten te dekken en kennis te delen.
Wat nog ontbreekt, zijn eenduidige prikkels en makkelijke deelname voor kleine gebruikers. Heldere tariefsignalen en eenvoudige deelname via energiediensten verlagen de drempel. Als standaarden, privacy en vergoedingen goed zijn geregeld, kan bidirectioneel laden opschalen en het net ontlasten zonder dure uitbreidingen.
