• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Landbouwschade overtreft opbrengsten met miljarden — alarm voor bedrijven

10 november 10:28

0 Reacties

Landbouwschade overtreft opbrengsten met miljarden — alarm voor bedrijven

Onderzoekers van Wageningen University & Research melden dat de milieuschade door de Nederlandse landbouw miljarden euro hoger uitvalt dan de economische opbrengsten. Het gaat om schade door stikstof, broeikasgassen, watervervuiling en verlies van natuur. De bevindingen zijn relevant voor ondernemers in de agrifoodketen in heel Nederland. De vraag is hoe beleid en bedrijven die kosten gaan verlagen en eerlijker doorrekenen.

Schade groter dan opbrengst

De studie laat zien dat de totale maatschappelijke kosten van landbouw hoger liggen dan de waarde die de sector toevoegt. Dit komt doordat veel milieuschade niet in de marktprijs van voedsel zit. Zo blijven de kosten voor natuurherstel, schoon water en gezondheid nu bij overheid en samenleving. Daardoor lijken producten goedkoper dan ze echt zijn.

De onderzoekers rekenen met externe kosten, zoals klimaat- en natuurschade. Externe kosten zijn uitgaven die niet op de bon van de producent of consument staan. Denk aan het saneren van vervuild water of het herstellen van biodiversiteit. Deze posten lopen op tot miljarden euro’s per jaar.

Voor de landbouwbedrijven zelf vergroot dit het risico op strengere regels en hogere lasten. Beleidsmakers zoeken naar manieren om vervuiling te verminderen of te beprijzen. Dat zet druk op bestaande businessmodellen, vooral in de veehouderij en intensieve teelten. Tegelijk ontstaan er kansen voor ondernemers die verduurzamen.

Externe kosten zijn kosten die niet in de prijs zitten, zoals schade aan natuur, water en gezondheid door productie en transport.

Waar de kosten ontstaan

De grootste posten zitten bij stikstofuitstoot, methaan en CO2, en de kwaliteit van bodem en water. Stikstof uit mest en voer tast natuurgebieden aan en leidt tot herstelkosten. Methaan van herkauwers en CO2 uit energiegebruik dragen bij aan klimaatverandering. Dat zorgt later voor extra uitgaven aan klimaatadaptatie en schade.

Verder drukken gewasbeschermingsmiddelen en nitraat op de waterkwaliteit. Waterbedrijven en waterschappen moeten extra zuiveren en maatregelen nemen. Dat is duur en wordt betaald via tarieven of belastingen. Ook verlies van biodiversiteit kent een prijs, onder meer door verminderde ecosysteemdiensten.

In de keten ontstaan extra kosten door transport, verwerking en voedselverspilling. Ook daar is ruimte om te besparen. Minder verspilling en schonere logistiek verlagen de totale schadelast. Dat helpt zowel de sector als de samenleving.

Druk op beleid en subsidies

De uitkomsten voeden het debat over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU. In het GLB 2023-2027 krijgen boeren ecoregelingen en conditionaliteiten: steun in ruil voor groenere praktijken. Nederland voert dit uit via het Ministerie van LNV en de RVO, met vergoedingen voor bijvoorbeeld kruidenrijk grasland en minder kunstmest. Het doel is de milieuschade te verlagen en publieke gelden effectiever te besteden.

Ook nationale wetgeving speelt mee. De stikstofaanpak, de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn vragen om stevige reducties. De recent aangenomen EU-natuurherstelwet zet extra doelen voor herstel van ecosystemen. Bedrijven die vooroplopen met emissiereductie hebben straks minder last van harde normen.

Financiering en rapportage veranderen mee. Banken en afnemers linken krediet en contracten vaker aan duurzaamheidsdoelen, bijvoorbeeld met biodiversiteitsmonitoring. Grote bedrijven vallen bovendien onder de Europese CSRD-rapportage en vragen data aan toeleveranciers. Dat werkt door tot bij mkb-boeren en -tuinders.

Gevolgen voor ondernemers

Voor agrarische ondernemers wordt sturen op emissies een kernonderdeel van het verdienmodel. Investeringen in emissiearme stallen, precisielandbouw en voermaatregelen verlagen stikstof en methaan. Dit vraagt kapitaal en tijd, maar kan kosten en risico’s beperken. Afnemers belonen steeds vaker aantoonbare reducties.

Voor toeleveranciers en verwerkers ontstaan nieuwe markten. Denk aan diensten voor bodemmetingen, data-analyse en certificering. Ook producenten van mechanisatie en biobased materialen spelen in op de vraag naar schonere technieken. Zo verschuift waarde in de keten naar oplossingen die schade voorkomen.

RVO-instrumenten kunnen helpen met financiering. Regelingen als MIA/Vamil geven fiscale voordelen voor duurzame investeringen. EIP-Agri en provinciale fondsen steunen innovatieprojecten. Ondernemers doen er goed aan deze routes op het moment van schrijven te verkennen.

Prijsprikkels en doorrekening

Steeds vaker valt het begrip true pricing: het meenemen van maatschappelijke kosten in de productprijs. Dat kan via heffingen, productnormen of vrijwillige ketenafspraken. Een CO2-prijs voor landbouw is in de EU nog niet standaard, maar wel onderwerp van discussie. Voor stikstof en waterkwaliteit komen eerder harde plafonds en gebiedsafspraken.

Retail en foodservice testen al met transparantie over verborgen kosten. Dit geeft consumenten keuze-informatie en creëert ruimte voor duurzame marges. Voor het mkb kan samenwerking in coöperaties of ketenprogramma’s de doorrekening mogelijk maken. Digitale meet- en verificatiesystemen zijn daarbij cruciaal.

Beleid en markt moeten samen optrekken om weglek en oneerlijke concurrentie te voorkomen. Europese afspraken verkleinen het risico op verschuiving van productie naar landen met lagere normen. Zo blijven investeringen renderen en komt er grip op de totale schadelast. Dat is nodig voor een toekomstbestendig voedselsysteem in Nederland en de EU.

Wat nu nodig is

De kern is meten, verminderen en verwaarden. Meet emissies en impact op bedrijfsniveau met erkende methoden. Verminder waar het snel kan: minder kunstmest, beter voer, meer bodemkwaliteit. Verwaarde de stap via GLB-ecoregelingen, afnemerspremies en fiscale voordelen.

Overheid en sector kunnen afspraken maken over minimumprestaties en eerlijke prijzen. Heldere, stabiele regels geven investeringszekerheid. Snellere vergunningen en gebiedsgerichte ondersteuning helpen bij uitvoering. Dat verkort de tijd tussen plan en resultaat.

Voor de keten loont het om data-uitwisseling te standaardiseren. Dit verlaagt kosten voor monitoring en rapportage. Zo wordt duurzame productie makkelijker en goedkoper. En komt de balans tussen opbrengst en maatschappelijke kosten dichterbij.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}