• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Waarom beloont de markt boeren niet voor investeringen in dierenwelzijn?

22 april 19:19

0 Reacties

Waarom beloont de markt boeren niet voor investeringen in dierenwelzijn?

Open Vld-politicus Lydia Peeters stelt dat landbouwers fors investeren in dierenwelzijn, maar daar in de markt geen eerlijke prijs voor krijgen. Zij vraagt deze week in Vlaanderen aandacht voor een betere beloning in de keten. Bedrijven in de landbouw- en foodsector voelen de oplopende kosten en krappe marges. Zonder zicht op rendement raken nieuwe investeringen onhaalbaar.

Boeren missen marktbeloning

Landbouwers passen stallen aan, bieden meer ruimte en verbeteren klimaat en zorg voor dieren. Dat zijn zichtbare investeringen met terugkerende kosten. Toch blijft de uitbetaalde prijs vaak gelijk. De meerwaarde van dierenwelzijn strandt zo in de keten.

Lydia Peeters wijst erop dat de extra inspanningen nu vooral bij de boer liggen. Supermarkten en verwerkers benutten hogere standaarden in hun marketing. Maar de meerprijs bereikt de producent niet structureel. Dat zet het verdienmodel onder druk.

Voor ondernemers betekent dit onzekerheid over toekomstige plannen. Banken vragen steeds vaker langjarige afzetcontracten of gegarandeerde toeslagen. Zonder die zekerheid is financiering moeilijk. De investeringsbereidheid neemt dan af.

Kosten stijgen door eisen

Dierenwelzijn vraagt om aanpassingen in huisvesting, ventilatie en verzorging. Dat vergt kapitaal, extra arbeid en energie. Ook monitoring en registratie nemen toe. Die kosten komen bovenop bestaande lasten.

Veel koplopers leveren bovenwettelijke kwaliteit. Bovenwettelijk betekent: strenger dan de wet vereist. Denk aan meer leefruimte of verrijking voor dieren. Die plus wordt niet automatisch betaald door de markt.

Daarnaast schuiven Europese en nationale normen op. Nieuwe regels over transport, stalontwerp en gezondheid komen eraan of worden aangescherpt. Dat is maatschappelijk gewenst, maar vergroot de rekening. Bedrijven hebben daarom behoefte aan voorspelbaarheid en terugverdientijd.

Labeling blijft versnipperd

Er zijn veel keurmerken en standaarden in omloop. In Nederland werken supermarkten veel met Beter Leven en PlanetProof. In België zien we onder meer BePork en Belbeef. Voor exporteurs en mkb’ers leidt dit tot extra certificeringskosten.

Een uniform EU-dierenwelzijnslabel zou duidelijkheid geven aan consumenten en ondernemers. Op het moment van schrijven is er nog geen verplicht, EU-breed label. Eerdere Brusselse plannen liepen vertraging op. Daardoor blijft het speelveld gefragmenteerd.

Voor bedrijven betekent dit dat zij per afnemer moeten meebewegen. Dat kost tijd, geld en administratie. Eenduidige eisen zouden schaalvoordelen opleveren. En ze maken het makkelijker om een vaste premie af te spreken.

Dierenwelzijnslabel: een herkenbaar teken op de verpakking dat aangeeft aan welke extra dierenwelzijnseisen het product voldoet, bovenop de wet.

Ketenafspraken kunnen helpen

Europese regels bieden ruimte voor duurzaamheidsafspraken in de landbouw. Onder de gemeenschappelijke marktordening (CMO) mogen ketenpartijen samenwerken voor hogere standaarden. Dit kan inclusief een toeslag per kilo of per dier. De voorwaarde is dat consumenten eerlijk worden geïnformeerd.

Ook mededingingstoezichthouders bewegen mee. De Autoriteit Consument & Markt in Nederland publiceerde richtsnoeren voor duurzaamheidsafspraken. De Belgische Mededingingsautoriteit sluit daarbij aan. Hiermee ontstaat meer zekerheid voor langjarige contracten met premie.

Voor retailers en verwerkers ligt hier een kans. Leg dierenwelzijnseisen vast in meerjarige inkoopcontracten. Koppel daaraan een transparante ketenpremie en volumes. Zo krijgen boeren zekerheid en blijft het aanbod stabiel.

Subsidies zijn geen eindoplossing

Vlaamse landbouwers kunnen investeren met steun uit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF). Die subsidie dekt een deel van stalmaatregelen en dierenwelzijn. In Nederland zijn er vergelijkbare regelingen via RVO, zoals steun voor stalinnovatie en de Maatlat Duurzame Veehouderij. Dit verlicht de eerste kostenstap.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kent daarnaast ecoregelingen. Dat zijn vergoedingen voor duurzame praktijken. Ze geven tijdelijke lucht, maar vervangen geen structurele marktprijs. Zonder afzetcontract blijft het risico bij de ondernemer.

Banken kijken naar kasstromen en zekerheid. Een subsidie helpt bij de start, maar niet bij de aflossing op lange termijn. Een vaste ketenpremie en afnameplicht tellen daarom zwaarder mee. Dat maakt investeringen financieel rond te rekenen.

Gevolgen voor ondernemers

Veehouders doen er goed aan hun meerkosten per product inzichtelijk te maken. Reken door wat extra ruimte, arbeid en energie kosten. Gebruik die cijfers in gesprekken met verwerkers en retailers. Zo wordt een ketenpremie beter verdedigbaar.

Verwerkers en supermarkten moeten claims kunnen onderbouwen. Investeer in herleidbaarheid en audit-trails. Let op nieuwe Europese regels tegen misleidende milieu- en welzijnsclaims. Heldere communicatie vergroot consumentenvertrouwen en rechtvaardigt een meerprijs.

Beleidsmakers in Vlaanderen en Nederland kunnen versnelling brengen. Stimuleer uniforme eisen en ketenafspraken die binnen het mededingingskader passen. Versnel waar mogelijk een EU-breed label voor dierenwelzijn. Dat maakt investeren eenvoudiger en eerlijker voor alle partijen in de keten.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}