• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Nieuws
  • /
  • Urnencrypte in Westerkerk en duurder onderhoud Martinikerk: wie betaalt?

28 mei 11:27

0 Reacties

Urnencrypte in Westerkerk en duurder onderhoud Martinikerk: wie betaalt?

De Westerkerk in Amsterdam werkt aan plannen voor een urnencrypte onder de kerk­vloer. Het doel is extra inkomsten te verdienen voor onderhoud en exploitatie van het rijksmonument. In Groningen valt de restauratie van de Martinikerk duurder uit dan eerder geraamd. Beide dossiers vragen nu om besluiten van gemeenten, kerkeigenaren en monumentenorganisaties over vergunningen, financiering en planning.

Kerken zoeken nieuwe inkomsten

Met een urnencrypte kan de Westerkerk een nieuwe dienst aanbieden aan nabestaanden. Nabestaanden krijgen een plek om asbussen te bewaren, vergelijkbaar met een columbarium. Voor de kerk levert dit een stabielere inkomstenstroom op voor onderhoud. Zo wordt het beheer van het gebouw minder afhankelijk van losse giften en verhuur.

Het verdienmodel bestaat meestal uit een eenmalige plaatsingsbijdrage en een jaarlijks bedrag voor beheer. Een stabiele inkomstenstroom betekent voorspelbare, terugkerende opbrengsten. Die zekerheid helpt bij langjarig onderhoud en bij het plannen van restauraties. Ook verlaagt het de druk op fondsenwerving.

De inpassing vraagt zorg voor erfgoed en bezoekers. Historische vloeren en grafkelders stellen grenzen aan wat kan. Daarom zijn heldere regels, een ontwerp met weinig ingrepen en goede communicatie met omwonenden en bezoekers belangrijk. Zo blijft het monumentale karakter behouden.

Vergunningen onder Omgevingswet

Voor elke ingreep aan een rijksmonument is een omgevingsvergunning nodig. Die verloopt sinds 2024 via de Omgevingswet en het Omgevingsloket. De gemeente weegt het plan, vaak met advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Het ontwerp moet de monumentale waarden beschermen en reversibel zijn, zodat aanpassingen later ongedaan kunnen worden gemaakt.

Het bewaren van as valt onder nationale regels voor lijkbezorging. Toestemming van de eigenaar is verplicht en de gemeente kan aanvullende voorwaarden stellen. Voor een urnencrypte in een kerk zijn daarom zowel bouwkundige als bestuurlijke toestemmingen nodig. Ook het gebruiksbesluit van het gebouw kan moeten worden aangepast.

De Wet op de lijkbezorging regelt in Nederland begraven, cremeren en de bestemming van as, inclusief bewaartermijnen en toestemmingseisen.

Als de vloer open moet, spelen archeologische regels mee. Bij graafwerk is vaak een onderzoek nodig om vondsten te beschermen. Dit vergt tijd en budget, maar voorkomt schade aan onontdekte resten. Ondernemers doen er goed aan dit vroeg in te plannen.

Restauratie Groningen wordt duurder

De restauratie van de Martinikerk in Groningen valt hoger uit dan begroot. Oorzaken zijn stijgende materiaalprijzen en extra herstelwerk dat bij inspectie aan het licht kwam. Het kerkbestuur en de gemeente moeten daarom keuzes maken over de fasering of extra financiering. Dat vergroot de druk op subsidies en reserves.

Aannemers en adviseurs krijgen te maken met prijs- en planningsrisico’s. Een bouwteam, waarin opdrachtgever en aannemer samen het werk voorbereiden, kan die risico’s beperken. Ook helpen indexatieclausules om onvoorziene prijsstijgingen te verdelen. Dit maakt aanbestedingen aantrekkelijker voor mkb’ers.

Financieel zijn er bekende routes voor erfgoed. De RCE biedt met de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) steun voor regulier onderhoud. Leningen via het Nationaal Restauratiefonds kunnen gaten dichten tegen lagere rente. Provincies en gemeenten voegen vaak cofinanciering toe, mits plannen voldoen aan erfgoed- en veiligheidsnormen.

Kansen voor vakmanschap mkb

De projecten in Amsterdam en Groningen creëren werk voor gespecialiseerde bedrijven. Denk aan restauratie­metselaars, houtrestaurateurs, glas-in-loodspecialisten en steenhouwers. Ook installateurs komen in beeld voor zuinige verlichting, ventilatie en monitoring van het binnenklimaat. Zulke opdrachten vragen aantoonbare ervaring met monumenten.

Wanneer overheidsgeld is betrokken, gelden aanbestedingsregels. Boven Europese drempelwaarden is een openbare of Europese aanbesteding verplicht, met gelijke kansen voor inschrijvers. Heldere selectiecriteria op kwaliteit en referentieprojecten helpen kleine bedrijven mee te dingen. Transparantie verkleint juridische risico’s en vertraging.

Veilig werken blijft een randvoorwaarde. De Arbowet stelt eisen aan steigers, valbeveiliging en stofbeheersing bij historisch materiaal. Een goede risicoinventarisatie en keurmerken kunnen het verschil maken bij gunning. Dit vermindert ook uitval tijdens de uitvoering.

Financiering en duurzaamheid samen

Restauratie kan worden gekoppeld aan energiebesparende maatregelen om exploitatiekosten te verlagen. De RVO-regeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) biedt hiervoor subsidie aan maatschappelijke gebouwen, waaronder vaak ook kerken. Bij monumenten vraagt dit maatwerk om schade aan erfgoed te voorkomen. Gemeente en RCE toetsen of oplossingen passen bij het gebouw.

Kerken benutten meestal een mix van geldbronnen. Eigen middelen, schenkingen aan een ANBI-instelling en lokale acties vullen subsidies aan. Bedrijven kunnen sponsoren in geld of natura, waarbij duidelijke tegenprestaties en naamsvermelding belangrijk zijn. Zo ontstaat een breder draagvlak voor onderhoud en vernieuwing.

Op het moment van schrijven bereiden de betrokken organisaties vergunningen en dekking van de begrotingen verder voor. Daarna volgen aanbesteding en uitvoering. Voor ondernemers in restauratie en bouw liggen er kansen, mits zij vroeg aan tafel komen. Voor gemeenten en erfgoedbeheerders draait het om balans tussen behoud, gebruik en betaalbaarheid.


Tags


You may also like

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}